Dierenhulpverlener nr 3

Trots!

Wat hebben we het goed voor elkaar hier in Nederland met ons uitgebreide netwerk van dierenhulpverleners! 

Uiteraard kunnen er nog veel dingen verbeterd worden en daar moeten we ook aan werken, maar we mogen ook best een beetje trots op onszelf zijn.

Ik ben net terug van een week honden en katten castreren en steriliseren in Roemenië, het dierenwelzijn loopt daar tientallen jaren achter op ons. Drachtige poezen en teefjes steriliseren zal denk ik nooit wennen, maar het is helaas wel nodig om de populaties daar in toom te houden. Minder dieren op straat betekent minder concurrentie om voedsel, minder ziektes en minder verkeersdoden. Het lijkt wel eens dweilen met de kraan open, maar het is ons hier in Nederland ook gelukt het zwerfdierenprobleem bij honden op te lossen en bij katten terug te dringen, dus moet het daar en in de rest van de wereld uiteindelijk ook lukken, toch?

Wij moeten hiervoor wel blijven samenwerken, specialiseren en onze kennis delen, dit doen we met ons ons Vakblad, het Landelijk Congres Dierenhulpverlening en met ons Centrum Kennisdeling. 

Dat samenwerken niet altijd even makkelijk is, merken wij in het werkveld regelmatig, daarom  in deze editie een artikel over conflicten binnen je organisatie. Verder voelen wij collega Frans Knaken, tandheelkundig dierenarts, goed aan de tand over zijn vak zijn specialisatie. 

Katten zijn dieren die pijn en gebreken erg slecht tonen, hierdoor wordt het vaak over het hoofd gezien en worden ze niet optimaal ondersteunt, daar dus ook aandacht voor in deze derde editie. En natuurlijk ontbreken nuttige tips voor het organiseren van jouw stichting niet, zo geven we je handige handvatten bij het maken van een jaarverslag en maken we kennis met het dierfondsenoverleg. 

Duik lekker in ons vakblad, geniet, leer en blijf samenwerken! 

Piet Hellemans, dierenarts en ambassadeur van DierenLot

Instagram: @piethellemans.nl

Dierenhulpverlener nr 2

Dank voor de reacties op het eerste Vakblad Dierenhulpverlener, deze input en inzichten hebben we nodig om de gezamenlijke kennis en kunde in ons vakgebied te blijven verbeteren. 

Voor de meeste organisaties komt er nu een wat rustigere periode aan; de natuur en de dieren bouwen af en gaan zich voorbereiden op de winter. Een goede periode om binnen je organisatie orde op zaken te stellen; ben je klaar voor nieuwe regelgeving, hoe behoud je vrijwilligers en welke dingen kan je als organisatie beter doen?

In deze editie helpen we je daarmee op weg en nemen we je mee naar Bonaire! Bonaire is een bijzondere gemeente van Nederland en een uitdagend werkgebied voor dieren hulpverleners. Ons team voelt er enkelen aan de tand en maakt er een inspirerend verslag over. Samenwerken en kennisdelen zijn belangrijke pijlers om de dierenhulpverlening te verbeteren en efficiënter te maken; binnen organisaties, tussen organisaties en met andere hulpdiensten. Wat mag je bijvoorbeeld van de Dierenpolitie verwachten, en wat juist niet?

Uiteraard duiken we ook weer in de fysiologie van onze dieren, suikerziekte en EHBO bij bloedingen en brandwonden gaan we dieper op in.

De meesten kennen Gerrit Zand al, ik werk al jaren erg fijn met hem samen en heb heel veel van hem geleerd. Mocht je hem nog niet kennen, neem dan met ons een kijkje achter deze warme glimlach. Veel plezier met deze tweede editie en tot op 9 november bij de Landelijke Bijeenkomst Dierenhulpverlening.

Piet Hellemans, dierenarts en ambassadeur van DierenLot

Instagram: @piethellemans.nl

Dierenhulpverlener nr 1

Eindelijk is er een vakblad voor de dierenhulpverlener! We willen ervaringen delen, samenwerken en gezamenlijk het niveau en de slagkracht van de dierenhulpverleners verhogen. In elke editie gaan we in op de actualiteiten in ons vakgebied, wet- en regelgeving, EHBO bij verschillende diersoorten en hebben we tips over fondsenwerving en (social) media gebruik. Uiteraard staan wij open voor tips qua onderwerpen, we ontvangen graag jullie input.

Deze editie gaan we in op het herkennen van dierenmishandeling dierenhulpverleners hebben hier een belangrijke signaleringsfunctie. 

Het voorjaar komt eraan (klopt dit qua uitgave datum?), een drukke periode voor ons door al het nieuwe leven, van kittens tot zwanenpulletjes, de dieren die uit de winterslaap komen en onze terugkerende trekvogels. Een prachtige periode maar ook een periode waar veel werk te verrichten valt en veel ondersteuning nodig is. Ik blijf het altijd bijzonder vinden hoe de natuur in het najaar in een soort spaarstand gaat om in het voorjaar weer als herboren tevoorschijn te komen. Onderwater in Nederland is dit ook prachtig te zien, alles gaat weer groeien, bloeien en de volgende generatie wordt geboren en grootgebracht. In deze periode zijn de duizenden dierenhulpverleners die Nederland rijk is, keihard nodig.

Helaas worden er nog steeds kittens van zwerfpoezen geboren, dieren gedumpt en hebben in-het-wild-levende dieren het moeilijk door de verdwijning of inperking van hun leefgebied. Hoe wij dit samen opvangen en dierenwelzijn bevorderen ben ik erg trots op, en het kan natuurlijk altijd nog beter. Vandaar een vakblad voor dierenhulpverleners, om ervaringen uit te wisselen, van elkaar te leren, samen te werken en zo gezamenlijk het niveau te verhogen en dierenleed te verminderen. Keep up the great work en veel plezier met deze eerste editie van het Vakblad Dierenhulpverlener.

EHBO-tips van Piet

Dierenarts Piet Hellemans geeft tips

Intro= EHBO is een belangrijk onderdeel van het werk van een dierenhulpverlener. De methodes van eerste hulp verlenen worden regelmatig herzien en verbeterd met de nieuwste inzichten en elke EHBO-instructeur of dierenarts zal een andere benadering hebben. In deze reeks artikelen neemt dierenarts en veterinair consulent Piet Hellemans ons mee zijn praktijk in, waar hij laat zien hoe hij EHBO verleent en hoe je dieren op de juiste manier kunt helpen. 

Om te weten of en welke hulp een hond of kat hulp heeft, is het uiteraard eerst nodig om de toestand van het dier in te schatten. De belangrijkste en basale lichaamsfuncties zijn te controleren aan de ademhaling, pols, temperatuur en slijmvliezen. 

Ademhaling

De normale ademfrequentie bij honden is 10 tot 30 keer per minuut, voor katten is het 20 tot 40 keer per minuut. De ademfrequentie kan verhoogd zijn door een zuurstoftekort in de weefsels en/of door pijn of stress. Als er in het lichaam te weinig zuurstof aanwezig is, reageert het lichaam hierop door sneller te gaan ademen en de bloeddruk te verhogen. Het doet een poging om alsnog genoeg zuurstof bij de weefsels te krijgen. Oorzaken voor een lage zuurstofspanning in het lichaam zijn:

  • Een verminderde longfunctie: klaplong, obstructie van de luchtwegen, longtumoren, astma, ontsteking luchtwegen/ longen.
  • Een verminderde hartfunctie: een aangeboren of verkregen hartafwijking.
  • Een verminderd bloedvolume: intern of extern bloedverlies, uitdroging of een verandering van samenstelling van het bloed door een ziekte.

Er gaat ergens iets mis met de opname van zuurstof (luchtwegen) en/ of het transport ervan naar de weefsel (hart en bloed). Extra zuurstof aanbieden zal het dier ondersteunen. De lucht om ons heen bevat 21% zuurstof, als dit percentage iets verhoogd wordt, zal de zuurstofopname van het bloed meteen verhoogd worden (zie ook tabel). Een te trage ademhaling komt zelden voor bij dieren in nood maar kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een vergiftiging. Ook hierbij kan zuurstof geven nooit kwaad.

Afbeelding: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hemoglobine

Pols

Bij honden en katten is de pols het beste op te nemen aan de binnenkant van het dijbeen. Bij honden is de normale polsfrequentie in rust 60 tot 120 slagen per minuut, bij katten is dit 120 tot 180 slagen per minuut. Een te snelle pols komt meestal door een te lage zuurstofspanning in het lichaam, net als bij de ademhaling. Hiervoor geldt ook dat extra zuurstof aanbieden het dier zal ondersteunen en nooit kwaad kan. Een te trage pols komt onder meer voor bij vergiftigingen en onderkoeling.

Let bij het opnemen van de pols op je eigen veiligheid. Als een dier pijn heeft of erg bang is, dan zou ik ervan afzien om de pols op te nemen. Het is goed om jezelf te oefenen in het opnemen van een polsfrequentie door dit bij je eigen huisdieren regelmatig te doen.

Temperatuur

De lichaamstemperatuur bij honden is normaliter tussen de 38 en 39 Graden Celsius, bij katten is dit tussen de 38,5 en 39 Graden Celsius. De lichaamstemperatuur is rectaal op te nemen. Denk hierbij ook eerst aan je eigen veiligheid; het temperaturen van dieren die veel pijn hebben of angstig zijn is niet verstandig. Een te lage temperatuur kan komen door lange blootstelling aan lage temperaturen of door een circulatieprobleem. Rillen is een goede manier van het lichaam om de verbranding te verhogen en de temperatuur weer op peil te krijgen. Onderkoelde honden en katten kunnen ondersteund worden door ze af te drogen en ze goed te isoleren met een reddingsdeken of een fleecedeken.

Slijmvliezen

De kleur van de tong bij honden en katten, en bij honden ook de kleur van het tandvlees, geeft veel informatie over de bloed- en zuurstofvoorziening van de weefsels. Bij honden kun je ook de Capillary Refill Time (hervulling van de haarvaten) controleren. Dit doe je door met je vinger op het ongepigmenteerde deel van het tandvlees en/ of wangslijmvlies te drukken. Na lichte druk hierop zal dit bleker worden en normaliter met één seconde weer dezelfde kleur als het omliggende weefsel hebben. . Het slijmvlies kan bij honden en katten verschillende kleuren hebben, hieronder lees je wat er aan de hand kan zijn: 

  • Roze: normaal. Dit kan je goed bij je eigen dieren controleren om te kijken of het inderdaad de juiste kleur heeft en om voor jezelf een goed beeld te hebben hoe het eruit hoort te zien.
  • Bleek/ wit; dit kan duiden op een bloedtekort door intern of extern bloedverlies of een hartprobleem. Zuurstof geven kan ondersteuning geven, daarna moeten deze dieren met spoed nader onderzocht en behandeld worden door een dierenarts.
  • Blauw: dit zien we bij onderkoeling en bij een zuurstoftekort. Temperatuur controleren en zuurstof geven.
  • Rood: dit zien we bij oververhitting, uitdroging en bij een koolstofmonoxidevergiftiging. Hierbij dus ook de temperatuur controleren, zuurstof geven en een dierenarts opzoeken.
  • Geel: er zitten galkleurstoffen in het bloed en is er sprake van ernstig leverlijden.

Een mengbeeld van bovengenoemde kleuren kan ook ontstaan. Ook dan zijn er meestal problemen.

Roze slijmvliezen (en een Capillary Refill Time van 1 seconde of minder bij honden) is altijd een goed teken bij een hond of kat in nood. Het geeft ons informatie over zowel de ademhaling als de circulatie: de weefsels krijgen bloed en zuurstof.

Veiligheid voorop!

Denk bij het controleren van een hond of kat eerst altijd aan je eigen veiligheid. Bange en gewonde dieren met veel pijn kunnen agressief reageren. 

Dierenhulpverlener nr 3: EHBO bij dieren; botbreuken

EHBO bij dieren; Botbreuken

Als dierenhulpverlener is het belangrijk dat je eerste hulp kunt verlenen bij dieren in nood. Om je op weg te helpen geeft dierenarts Piet Hellemans iedere uitgave nuttige EHBO-tips. Deze keer alles over botbreuken. 

Een trauma zoals een aanrijding, val, bijtincident enzovoort, veroorzaakt al snel een of  meerdere botbreuken. Maar een botbreuk kan ook spontaan ontstaan door een stofwisselingsprobleem of een tumor. De meeste botbreuken zijn gelukkig niet levensbedreigend. Bloedingen (extern of intern) en samengevallen longen zijn dat wel; dus de ademhaling, pols en slijmvliezen controleren heeft prioriteit boven botbreuken en moet eerst gecontroleerd, en indien nodig gestabiliseerd worden.

Snel handelen

Ook al zijn de meeste botbreuken niet levensbedreigend, ze zijn wel erg pijnlijk en moeten dus zo snel mogelijk gestabiliseerd en behandeld worden. Het bewegen van een gebroken bot (door het dier zelf of door een dierenhulpverlener) is zeer pijnlijk en kan een agressieve pijnreactie oproepen, hierbij geldt dus dat je eerst aan je eigen veiligheid moet denken voordat je een dier helpt. 

Open botbreuk 

Bij een open botbreuk steekt een botdeel door de huid heen, deze breuken zijn hierdoor geïnfecteerd en hebben een slechtere prognose dan een gesloten botbreuk waar de huid nog intact is.

Botbreuken herkennen

Als een ledemaat niet meer belast wordt, een ongebruikelijke beweeglijkheid heeft of bij een vogel een vleugel niet meer opgetrokken op de rug ligt, moet je  rekening houden met een botbreuk. Probeer het ledemaat in dit geval te immobiliseren met een noodverband. Een noodverband mag niet de ademhaling of de bloed toe- en afvoer belemmeren, en dient ter stabilisatie van de breuk. Het voorkomt dat de gebroken delen ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Na pijnstilling, sedatie nader onderzoek (röntgenfoto) bij een dierenarts kan een definitieve fixatie van de breuk gerealiseerd worden. Dit kan met een spalk, externe fixatie of interne fixatie gebeuren.

Spalk 

Een spalk is mogelijk bij eenvoudige breuken waar de botdelen nog genoeg contact maken (geen of weinig dislocatie) en er weinig spieren over de de botdelen lopen. Dikke spieren over een breuk (zoals in de bovenarm of het dijbeen) voorkomen een stabilisatie van de botdelen, waardoor deze niet kunnen vastgroeien. De pootjes van vogels, de onderarmen ,scheenbenen en ondervoetjes van viervoeters kunnen meestal met een spalk genezen. Na 6 weken stabilisatie zijn de meeste botbreuken genezen en kan de spalk weggenomen worden. Meestal moet de spalk één of twee keren verwisseld worden in deze periode. Alvorens een dier zonder spalk te laten lopen is het verstandig een röntgenfoto te maken om te controleren of het herstel van het bot afdoende is om het gewicht (of de kracht) te dragen.

Gaat een dier plots bijten in de spalk? Dit kan komen door afknelling van circulatie, infectie of dislocatie van breukdelen. Laat dit in alle gevallen controleren door een dierenarts. 

Externe en interne fixatie

Als de botdelen te weinig contact maken, er meerdere breuken in één bot zijn of als er veel dikke spieren over de botdelen lopen, zoals bij de bovenarm en het dijbeen moet de breuk door middel van een operatie gestabiliseerd worden. Afhankelijk van het bot, de grootte van het dier, de breuk, de ervaring en de middelen van de dierenarts(specialist) zal voor een externe of interne fixatie gekozen worden. Botdelen moeten contact met elkaar maken en mogen niet ten opzichte van elkaar bewegen om te kunnen genezen. 

Externe fixatie

Bij een externe fixatie is een deel van de stabilisatie aan de buitenkant van het dier, door de huid heen maakt dit dan contact met het interne deel van de stabilisatie. Omdat er bij externe fixatie metaal door de huid heen en in het bot gaat is er altijd een risico van infectie, dit kan met dagelijks desinfecteren en eventueel. antibiotica voorkomen worden. Bij gunstig herstel met externe fixaties wordt ook na zes weken het externe deel van de fixatie verwijderd, en soms ook het interne deel door middel van een operatie

Interne fixatie

Bij interne fixatie zitten alle platen, schroeven of pinnen ín het dier, hier is dus minder kans op infectie. Dit is vaak wel lastiger aan te brengen en vergt meer ervaring (orthopeed dierenarts) en de instrumenten en materialen om dit te doen zijn duurder. Interne fixaties van botbreuken hoeven er niet uitgehaald te worden behalve als er een infectie optreedt. De dieren kunnen enkele dagen na de ingreep het gebroken ledemaat al weer belasten en gebruiken.

Amputatie

Als een bot verbrijzeld is, zwaar geïnfecteerd of een spalk of fixatie geen effect gehad heeft kan een ledemaat geamputeerd worden. Viervoeters tot een gewicht van 15 kg redden zich in de regel op drie poten, zwaardere dieren zullen vaak overbelasting krijgen van de overgebleven ledematen.

Breuken aan de schedel en wervelkolom

Bij breuken aan de schedel of wervelkolom treed naast botschade ook vaak zenuwschade opdit komt door de klap (hersenschudding of zwelling van het ruggenmerg), of door de breuk zelf (dwarslaesie). Bij een kaak- of snavelbreuk kan de bek vaak niet meer dichtgehouden worden en is drinken en eten belemmerd. Als een oogkas gebroken en een oog uit de oogkas puilt, voorkom dan dat deze uitdroogt door er regelmatig vettige oogcrème op te doen of sla-olie als er geen oogcrème voorhanden is, en zoek uiteraard met spoed een dierenarts op. Breuken van de schedel en wervelkolom hebben een slechtere prognose dan van de ledematen aangeziene  er hier maar één van hebben en hier de aansturing van het lichaam plaatsvindt.

Kneuzingen, bloedingen of zwelling van de hersenen, ruggemerg of zenuwen kunnen uitvalsverschijnselen geven. Als hier 48 uur na aanvang van de behandeling door een dierenarts geen verbetering optreedt, is de kans op herstel klein en heb je waarschijnlijk te maken met definitieve uitval. 

Ribbreuken

Ribbreuken zijn levensbedreigend als een breukdeel de longen of de borstholte doorboort. De long valt hierdoor samen  en belemmert of stopt deademhaling . Ribbreuken zijn erg pijnlijk en bij elke ademhaling is dit te voelen.

Ribbreuken herkennen

Bij intacte longen en borstholte zullen de ribben iets naar buiten wijken en zal de buik wat uitzetten bij inademing, bij een normale uitademing vallen de ribben terug en trekt de buik wat op. Als er asymmetrie in deze adembeweging is, een ribwand niet opkomt of juist met uitademing opkomt kan er sprake zijn van een ribbreuk, klaplong en/ of scheur in het middenrif en is het zaak om met spoed een dierenkliniek op te zoeken.

Een botbreuk heeft dus altijd zorg en ondersteuning nodig, gelukkig is het meestal (op korte termijn) niet levensbedreigend en kan bot heel goed genezen. Een oude breuk is vaak zelfs sterker dan het bot eromheen door extra botafzetting. Als de botdelen elkaar voor een deel raken en niet ten opzichte van elkaar bewegen, genezen ze in de regel prachtig. Ook als een bot niet helemaal mooi recht geneest en dus één pootje korter is dan de anderen, kunnen dieren zich hier goed mee redden door de andere pootjes iets meer te buigen. 

Dierenhulpverlener EHBO bij hond en kat (deel 2) nr2 Bloedingen en brandwonden

Bloedingen en brandwonden

Bloedingen

Bloedingen bij dieren komen in meerdere vormen voor, een bloeding kan arterieel (slagaderlijk), veneus (aderlijk) of capillair (haarvaten) zijn. Denk uiteraard eerst aan je eigen veiligheid voordat je een dier met een bloeding hulp biedt. 

Arteriële bloedingen

Bij arteriële bloedingen is het bloed helderrood en zal het in golfjes of spuitend met intervallen uit de wond komen. Dit zijn de lastigste bloedingen om te stoppen, de bloeddruk is bij arteriële bloedingen het hoogst, de bloedvaten zijn het dikst en de kans op doodbloeden is het grootst. Snel het bloedverlies beperken en de bloeding stoppen een noodverband of een tourniquet is dus van levensbelang. Snelheid is hierin belangrijker dan steriliteit, verlies dus geen tijd met naar steriele spullen zoeken maar stop het bloeden.

Een noodverband kan je nooit té strak aanleggen, het is een tijdelijke en levensreddende ingreep die vervolgens (en zo snel mogelijk) door een dierenarts omgezet moet worden in een permanent stoppen van het bloeden. Wees dus niet bang om een noodverband te strak aan te leggen.

Stopt het bloeden niet met een noodverband, dan moet een tourniquet aangelegd worden om te voorkomen dat het dier doodbloedt. Een tourniquet kan in de oksel of in de lies aangebracht worden om bloedverlies te stoppen. Een band, riem, touw of lint kan dienst doen als tourniquet, met een pen of stok is deze dan na het vastknopen op spanning te brengen totdat het bloeden stopt. Ook voor een tourniquet geldt dat het een tijdelijke (en levensreddende) ingreep is en door een dierenarts in een permanente oplossing omgezet moet worden. Een tourniquet moet altijd tussen het bloedende deel en het hart aangelegd worden, als een pootje erg heftig bloedt, moet het tourniquet in de oksel of in de lies aangelegd worden. 

Naast de pijn van de wond, zal een noodverband of tourniquet het dier ook pijn doen omdat het strak aangelegd moet worden, let dus op je eigen veiligheid bij het aanleggen ervan en gebruik een snuitband en hulp van collega’s indien mogelijk.

Veneuze bloedingen

Het bloed bij een veneuze bloeding is donkerrood en zal niet in golfjes of spuitend uit de wond komen maar er met een continue snelheid eruit stromen of druppelen. De bloeddruk in venen is lager dan in de arteriën en de vaatwanden zijn dunner, dus deze bloedingen zijn makkelijker te stoppen. Bij een veneuze bloeding van de ledematen zal een noodverband de bloeding meestal kunnen stoppen, bij erg grote bloedingen moet een tourniquet aangelegd worden. Veneuze bloedingen van de huid of kop kunnen met directe druk op de wond met bijvoorbeeld een theedoek en het hoog-houden van het de wond de bloeding stoppen. Hoe hoger een wond gehouden wordt, hoe lager de bloeddruk en hoe makkelijker het bloeden stopt.

Capillaire bloedingen

Dit zijn bloedingen uit de haarvaten, de kleinste bloedvaten die tussen de arteriën en venen in zitten, hier is de bloeddruk het laagst en deze bloedingen stoppen meestal vanzelf. Een schaafwond is een voorbeeld van een capillaire bloeding. Ontsmetten en een vet gaas erop aanbrengen is meestal afdoende. Vettige gazen zullen niet zo snel aan de wond (en later korst) gaan plakken waardoor de korst blijft zitten na het wegnemen van het verband.

Voorkom dat het dier aan wond gaat likken en als het een grote wond is, is het verstandig het door een dierenarts te laten controleren en eventueel pijnstillers en antibiotica te geven.

Mengbeeld van bloedingen

Er kan ook een mengbeeld van bovengenoemde bloedingen plaatsvinden, bijvoorbeeld bij erg grote of diepe wonden of als er een poot of staart volledig door is. De arteriële bloedingen moeten dan de focus hebben, hier zal het dier het snelst door leegbloeden en als deze met een noodverband of tourniquet gestopt zijn, zijn de veneuze bloedingen dat ook. Houd de wond hierbij ook weer boven het hart, zodat de bloeddruk bij de wond laag is en de stolling icm met de druk op de wond zijn werk kan doen.

Een noodverband zit hier dus ook nooit té strak, het is zaak om het zo snel mogelijk door een dierenarts te laten vervangen en de bloeding definitief te stoppen. Het bloed ín de bloedvaten houden zal op korte termijn levensreddend zijn. 

Inwendige bloedingen

Na een val of een aanrijding kan er een inwendige bloeding optreden door het scheuren van de milt of de lever bijvoorbeeld. Dit is een levensbedreigende situatie en kan alleen met een infuus en een operatie opgelost worden. Eén van de eerste dingen die opvallen is een dikker geworden en hangende buik door het bloed wat erin staat.

Bij inwendige bloedingen zakt de bloeddruk en zullen de weefsels te weinig zuurstof ontvangen, hierdoor worden de slijmvliezen bleek tot wit, de CRT zal verlengt zijn (>1 sec.) en deze dieren ademen sneller in een poging om genoeg zuurstof naar de weefsels te krijgen. Dit geldt overigens ook voor uitwendige bloedingen, maar die zijn makkelijker te herkennen door het uitwendige bloedverlies.

Zuurstof geven kan het zuurstofgebrek iets verbeteren en kan in ieder geval geen kwaad maar het oplossen van een inwendige bloeding moet door middel van een operatie gebeuren. Een inwendige bloeding kan ook juist ontstaan door een operatie, als een bloedvat niet goed onderbonden is na een sterilisatie bijvoorbeeld, kan dit levensbedreigend bloedverlies geven in de buikholte.

Brandwonden

De huid is het grootste orgaan bij dier en mens en heeft vele vitale functies. Temperatuur- en vochtregulatie, voorkomen van infecties en vochtverlies en het uitscheiden van afvalstoffen zijn de belangrijkste functies en zullen door brandwonden verstoord raken. Brandwonden worden in drie categorieën ingedeeld;

Eerstegraads brandwonden

Hierbij is alleen de opperhuid verbrand en zal deze rood, gezwollen en pijnlijk zijn, er vormen geen blaren.

Tweedegraads brandwonden

Bij tweedegraads brandwonden zullen er blaren ontstaan door het loslaten van de opperhuid van de lederhuid. Tweedegraads brandwonden zijn een stuk pijnlijker dan eerstegraads en zullen ook trager herstellen.

Derdegraads brandwonden

Alle huidlagen zijn verwoest, de huid ziet er wit of grijs uit, de huid is gevoelloos en zal afsterven.

Het belangrijkste bij brandwonden is verdere verbranding voorkomen en de brandwond koelen met lauw water, bij voorkeur stromend lauw water. Realiseer je dat brandwonden erg pijnlijk zijn, dus houd ook hier weer rekening met je eigen veiligheid. Pas ook op met het afdekken van brandwonden, gazen en verbanden kunnen aan de verbrande huid vastplakken en zullen deze meenemen met het verwijderen ervan. Een vettig gaas kan eventueel wel gebruikt worden op een brandwond. Alle derdegraads brandwonden en grote tweedegraads brandwonden (>10% lichaamsoppervlak) moeten altijd door een dierenarts behandeld worden, bij twijfel ook een dierenarts opzoeken.

Brandwonden kunnen ook door bevriezing met droogijs of vloeibare stikstof ontstaan, de effecten ervan op de huid en de behandeling is nagenoeg hetzelfde. Als katten op een fornuis springen of honden op een te hete ondergrond lopen of rennen zullen ze hun voetkussentjes verbranden, dit is zeer pijnlijk en duurt helaas ook lang om te herstellen.

#SamenvoordDieren, nr 2

Met trots mag ik uitgave nr 2 van #SamenvoorDieren aan jullie presenteren! In dit nummer aandacht voor de magie van de onderwaterwereld; bij ons thuis in een aquarium of vijver en rond onze (zeer) bijzondere gemeente Bonaire.

Wat kan je doen voor de dieren in je tuin in het najaar? Lees het in onze rubriek De Diervriendelijke Tuin en help je vaste tuinbewoners en ook de bezoekers op weg om de winter goed door te komen. Meer veel wilde soorten gaat het gelukkig goed in Nederland, de ooievaar, de ijsvogel en de ree hebben stabiele of zelfs groeiende populaties. De waterkwaliteit wordt steeds beter en zelfs in Nederland uitgestorven soorten maken een comeback hierdoor. Dit is te danken aan betere regelgeving en inzicht in de ecosystemen om ons heen, er gaan dus ook veel dingen goed gelukkig. De ree is één van deze succesverhalen, lees in ons artikel waar de ree precies vandaan komt, hoe ze leven en kijk met andere ogen naar het volgende reegeit of reebok die je spot.

In december (?) komen we met een leuke actie; de Xmas Station Fundraiser, lees er alles over, of nog beter, doe er gezellig aan mee! Dankzij jullie kunnen wij de duizenden vrijwilligers door heel Nederland blijven ondersteunen in hun geweldige werk voor in-het-wild-levende dieren en onze gehouden dieren. Heb je ook eens overwogen om je aan te melden als vrijwilliger bij een dierenwelzijnsorganisatie? Kijk eens op www.dier.nu/erkend-beneficiant voor de organisaties bij jou in de buurt, wat ze precies doen en waar jij hen eventueel mee kan helpen. Het werken met dieren, vrijwilligers en met andere (hulp)organisaties zal heel je veel energie en voldoening geven en de meeste dierenwelzijnsorganisaties staan te springen om vrijwilligers.

Veel leesplezier met deze #SamenvoorDieren,

Piet Hellemans, dierenarts en ambassadeur van DierenLot

Instagram: @piethellemans.nl

#SamenvoorDieren, nr 1

Lieve donateurs,

Zonder jullie zou DierenLot niet bestaan, en dankzij jullie kan DierenLot al ruim 12,5 jaar gehouden dieren en in het wild levende dieren en de organisaties die zich voor deze dieren inzetten helpen! In SamenvoorDieren willen wij de succesverhalen met jullie delen, jullie informeren over wat er allemaal nog moet, en dus ook nog gaat gebeuren en ons in verantwoord huisdierbezit en dierenwelzijn verdiepen.

We gaan in dit artikel dieper in op voeding, verzorging, beweging, het juiste huisdier kiezen en er zijn interviews met en columns van dieren hulpverleners. Elke editie is er een fotowedstrijd, artikels over dieren in de natuur en gaan we in op verborgen dierenleed.

Gelukkig gaan wij nu heel anders om met dieren en dierenleed dan enkele tientallen jaren geleden, de inzichten veranderen continue en het is daarom ook erg belangrijk om bij te blijven en kennis te delen. Als dierenarts kan ik iets doen tegen dierenleed en werk ik veel samen met stichtingen en organisaties die zich inzetten voor dieren. Het is heel bijzonder om te zien hoe hard deze mensen werken, meestal vrijwillig en staan ze 24 per dag en zeven dagen per week klaar om dieren te helpen. Uiteraard is alle hulp welkom bij deze organisaties en naast de financiële ondersteuning die jullie al geven via DierenLot, zijn er vaak extra handen op de werkvloer nodig.

Het klinkt misschien gek, maar ik kan dierenleed in het echte leven beter verdragen dan wanneer ik het op televisie of internet tegenkom. Als dierenarts en als dierenhulpverlener kan je het leed namelijk verzachten en hopelijk oplossen. Niet van alle dieren krijg je een vriendelijk bedankje in de vorm van een knuffel of een lik, ik word regelmatig gebeten, gekrabd en besmeurd door mijn patiënten, maar voldoening geeft het zeker! Dank voor jullie steun aan DierenLot, geniet van SamenvoorDieren en uiteraard horen wij graag wat jullie ervan vinden.

Piet Hellemans, dierenarts en ambassadeur van DierenLot

Instagram: @piethellemans.nl

Kom, we nemen een vis!

Als kind was dierenarts Piet Hellemans al gebiologeerd door vissen. Hij kon uren naar aquaria turen en was gek op snorkelen. Al duikend ontdekte hij later de adembenemende onderwaterwereld. In zijn werk komt hij ook regelmatig met vissen in aanraking en hij opereert hij ze zelfs als dat nodig is. Onder andere door zijn werk ziet hij dat bij het houden van vissen veel verborgen dierenleed is. Daarom een aantal do’s en dont’s van Piet Hellemans bij het houden van vissen. 

Don’t: Een vis cadeau doen

Vissen zijn net als alle andere huisdieren een hele verantwoordelijkheid. Ik vind dat je nooit een dier (dus ook geen vis) aan iemand ongevraagd cadeau mag doen. Elk huisdier brengt zorg en kosten met zich mee en daar moet een nieuw baasje zelf voor kiezen. Gelukkig zien we bijna geen vissenkommen meer, en worden vissen steeds meer als volwaardige huisdieren gezien in plaats van voor de grap aan een vertrekkende collega cadeau te doen.

Do: Filter en water verversen

Vissen leven zeer intiem met hun omgeving, ze nemen allerlei stoffen op uit het water waar ze in zwemmen. Ze doen dit via hun huid en kieuwen, maar ze scheiden ook hun afvalstoffen in dat zelfde water uit. Het gezond houden van het zwemwater is dan ook van levensbelang. Een paar gouden regels:

  • Zorg voor waterbeweging; een bruissteentje is het minimale aan waterbeweging wat er moet zijn, een filter is beter.
  • Ververs regelmatig een deel van het water; 1x per 10-14 dgn ⅓ van het water verversen om de waterkwaliteit goed te houden.
  • Zorg dat het aquarium stabiel is qua temperatuur en op een stevige ondergrond staat; niet dichtbij een verwarming, in direct zonlicht of op een plek waar het wiebelt of mensen er tegenaan kunnen lopen.

Don’t: Veel vissen

Houd niet te veel vissen in het aquarium; hoe meer vissen, hoe slechter de waterkwaliteit en hoe meer stress en ziektes er kunnen optreden. Het aantal vissen wordt beperkt door het wateroppervlak. In smalle, hoge aquaria kun je weinig vissen houden. Een minimale afmeting van een aquarium is 100x40x50 cm, dit is een verplichte minimale afmeting in Duitsland, hiervoor geldt hoe groter, hoe beter. Variatie en schuilmogelijkheden in de onderwater omgeving zijn ook belangrijk voor (goud)vissen, zie ook http://www.vissenbescherming.nl/goudvissen-2/

Don’t: Veel voeren

Voer niet te veel; voer alleen de hoeveelheid die de vissen in een paar minuten kunnen opeten.

Do: Koop op de groei

Vroeger dachten wij dat vissen zich aanpasten aan de grootte van hun leefomgeving, dus dat ze stoppen met groeien als het aquarium te klein wordt. Als vissen te groot worden voor hun omgeving, dan stoppen ze inderdaad uiteindelijk met groeien, maar dat komt doordat er dan te veel afvalstoffen in het water zitten. Het stoppen met groeien komt door vergiftiging en is geen ‘mooie natuurlijke aanpassing’. Gezonde vissen groeien. Houd daar dus ook rekening mee bij de aanschaf; koop het aquarium op de groei.

Do: Meet de waterkwaliteit

Goede waterkwaliteit is van levensbelang en gelukkig is dit te meten (pH, GH, KH, nitriet en nitraat o.a.). Water moet met een filter en regelmatige verversingen gezond gehouden worden. Ververs nooit in één keer al het water. De plotselinge verandering van temperatuur, zuurgraad en andere waarden geeft lichamelijke stress. Hierdoor kunnen de vissen ziek worden en zelfs overlijden. Als de waterkwaliteit slecht is, kun je beter regelmatig ⅓ water verversen en zo de kwaliteit geleidelijk verbeteren. Direct zonlicht op een aquarium kan de temperatuur flink doen stijgen en kan resulteren in een overgroei aan algen. Als er een lamp in het aquariumsysteem zit, laat deze dan ook niet langer dan tien uur per dag aan. Het beste is om hem op een tijdschakelaar te zetten.

Don’t: Direct zonlicht

Als er veel algen in het aquarium zitten, komt dat door te veel licht en afvalstoffen in het water. Het is dan zaak om de waterkwaliteit te meten en te verbeteren en voor minder direct licht in het aquarium te zorgen. Er zijn middelen te koop om de algen te doden, maar ik adviseer om de oorzaak van de algengroei weg te nemen, in plaats van de gevolgen te bestrijden.

Do: Verdiep je voor je begint!

Als er te veel vissen in een aquarium zitten, of als verschillende soorten elkaar opjagen geeft dit stress en zal de afweer van de vissen verslechteren, waardoor ze last van parasieten en ziektes kunnen krijgen. Verdiep je dan ook van tevoren goed in de vissoorten die je wilt houden; laat je goed informeren. Liever te weinig vissen en veel planten in een aquarium dan te veel vissen. Een aquarium met tropische vissen vergt meer kennis en verzorging dan het houden van koudwatervissen. Een tropisch zoutwateraquarium is het allermoeilijkst om goed te managen. Daar kun je pas aan beginnen als je jaren ervaring hebt met het houden van vissen, je er goed in verdiept hebt en je rekening houdt met een hobby die honderden tot duizenden euro’s per jaar kost.

Houd de waterkwaliteit goed, voorkom stress bij je vissen en geniet van de prachtige onderwaterwereld!

Instagram: @piethellemans.nl

Verborgen dierenleed bij konijnen

Konijnen zijn leuke huisdieren. Ze zijn zindelijk te krijgen, vrij eenvoudig te trainen en ze zijn erg goed gezelschap Helaas is er in de konijnenhouderij ook veel verborgen dierenleed. In dit artikel bespreken wij met dierenarts en veterinair consultant Piet Hellemans een aantal do’s en don’ts bij het houden van konijnen. 

Don’t: konijn alleen houden

Konijnen zijn (net als honden, paarden en mensen) bijzonder sociale wezens en hebben dus behoefte aan een soortgenoot om zich heen. Een konijn kan niet alleen gehouden worden zonder het welzijn van het dier aanzienlijk te schaden. Een koppeltje konijnen (mannetje en vrouwtje) gaat bijna altijd goed, maar moet wel met beleid samengesteld worden en het mannetje moet gecastreerd zijn. Het vrouwtje bij voorkeur ook gesteriliseerd. 

Do: konijnen koppelen

Twee konijnen met elkaar kennis laten maken kan er hard aan toe gaan. Het koppelen moet dan ook voorbereid worden en begeleid worden door iemand met ervaring. Het beste is om de konijnen te koppelen op een neutraal terrein (dus niet het verblijf van één van de konijnen). Als het kennismaken in een gevecht uitloopt moet er soms ingegrepen worden.
Mocht je een konijn alleen hebben zitten, neem dan contact op met een konijnenopvang of asiel in de buurt en laat je door hen adviseren omtrent een geschikt maatje en de mogelijkheid van koppelen.  

Do: controleer het gebit van je konijn

Konijnen zijn geen knaagdieren, ze behoren tot de orde van de haasachtigen maar hebben wel veel overeenkomsten met knaagdieren. Zo hebben beide een doorgroeiend gebit; het gebit (snijtanden en kiezen) groeien een leven lang door, zelfs met 1 mm per week! De tanden moeten dus veel en goed gebruikt worden om weer af te slijten. Hooi en vers water moeten bijvoorbeeld altijd beschikbaar zijn om het gebit en het maagdarmkanaal gezond te houden en tegemoet te komen aan de knabbelbehoefte. Als baasje is het goed om regelmatig naar de snijtanden van je konijnen te kijken. Als deze langer worden of scheef afslijten, dan is er waarschijnlijk een probleem met het gebit. Laat je konijn in dat geval door een dierenarts onderzoeken. Als je merkt dat één van je konijnen minder graag eet, of met name het hooi links laat liggen, ga dan ook even bij je dierenarts langs om het gebit te laten controleren. Als konijnen te weinig op ruwvoer (hooi en gras) kauwen, dan groeit het gebit door zonder voldoende te slijten en zullen de tanden en kiezen uiteindelijk in de tong en wang gaan groeien. Dit is ongetwijfeld zeer pijnlijk maar de meeste konijnen laten dat amper zien. Dit komt doordat konijnen dieren zijn die in de natuur prooidieren zijn; als zij een zwakte of ziekte laten zien, zal dit een roofdier ook opvallen en zijn ze ten dode opgeschreven. Ze weten dus maar al te goed dat ze zich niet zwak of ziek moeten voordoen. Een ziek konijn of een konijn met veel pijn is soms alleen wat rustiger of eet minder (ruw)voer. Het kan ook gebeuren dat een konijn door ziekte of verkeerde voeding een tijd zijn tanden en kiezen niet genoeg gebruikt en daardoor een gebitsprobleem ontwikkelt en vervolgens niet meer kan eten. Zo wordt het een nare neerwaartse spiraal. Gebitsproblemen komen vaker voor bij zeer kleine en extreem grote konijnen dan bij konijnen van een gemiddelde grootte.

Don’t: konijn in vocht en tocht

Konijnen kunnen het hele jaar door buiten gehouden worden, mits er een beschut en droog deel met lekker veel stro is in hun verblijf. Konijnen die binnen gehouden worden kunnen in de zomer naar een buitenverblijf verplaatst worden. Als de temperatuur in het najaar gaat dalen, ontwikkelen ze een dikke wintervacht. Konijnen kunnen goed tegen kou, maar tegen vocht en tocht zijn ze absoluut niet bestand.

Do: maak een konijnentoilet in het hok

De meeste konijnen hebben een voorkeursplek in hun hok om te plassen en poepen. Hier kun je een konijnentoilet plaatsen, zodat dit hoekje (en de rest van het hok) beter schoon blijft. Verschoon wekelijks het gehele hok en controleer dagelijks of de bodembedekking nog droog is en het hok niet naar ammoniak stinkt. Bij stank of vochtigheid moet je het hok uiteraard verschonen. Het konijnentoilet kun je om de dag verschonen.

Do: kam of pluk je konijn regelmatig

De meeste konijnen ruien twee keer per jaar. Met name de dikke ondervacht kan problemen geven als hij niet goed loslaat. Om te voorkomen dat konijnen veel haren binnenkrijgen en er haarballen in de maag ontstaan, is het goed om hen te kammen of de losse haren voorzichtig weg te plukken. Controleer ook dagelijks de achterkant van je konijnen; in de ochtend produceren de dieren blindedarmkeutels; deze zijn wat zachter en plakkeriger dan de normale keutels, en horen door de konijnen weer opgegeten te worden. Als dit niet gebeurt, blijven deze keutels aan de anus plakken en leggen vliegen er eitjes in, waarna er maden uitkomen die aan het konijn gaan eten: en dat wil je natuurlijk voorkomen! Als een konijn zijn blindedarmkeutels niet opeet, is het verstandig om hem of haar door je dierenarts te laten onderzoeken. Je konijn heeft dan waarschijnlijk een gebitsprobleem of andere ziekteverschijnselen.

Do: laat je konijn vaccineren

Om konijnen te beschermen tegen myxomatose en VHD (twee dodelijke konijnenvirussen) moeten ze jaarlijks ingeënt worden. Deze ziektes worden, onder andere, door stekende insecten overgebracht, dus ook binnenkonijnen moeten gevaccineerd worden. Je kunt je konijn gewoon bij je dierenarts laten vaccineren. Overigens is er tegenwoordig ook een vaccin verkrijgbaar dat twee jaar geldig is.

Do: laat je konijn castreren of steriliseren

Konijnen staan bekend om hun snelle voortplanting. Om dit te voorkomen is het verstandig om in ieder geval het mannetje te laten castreren. Maar ook het steriliseren van het vrouwtje kan geen kwaad. Vrouwtjes krijgen, als ze ouder, zijn vaak ontstekingen en tumoren aan hun baarmoeder, dus het steriliseren van het vrouwtje heeft ook medische voordelen. Als je twee mannetjeskonijnen (rammetjes) bij elkaar houdt, moeten ze ook beiden gecastreerd zijn om vechten te voorkomen. Mannetjes blijven nog enkele weken na hun castratie agressief naar andere rammen en zelfs vruchtbaar! Wacht dus minimaal drie weken na een castratie met het koppelen van een mannetjeen vrouwtje (voedster).

Do: houd rekening met kosten

Konijnen zijn, net als honden en katten, huisdieren die vaste kosten met zich meebrengen. Denk aan  voer, hooi, bodembedekking en de jaarlijkse gezondheidscontrole en vaccinatie door je dierenarts. Castratie en sterilisatie horen ook bij de vaste kosten. Daarnaast kunnen de kosten als een konijn ziek wordt behoorlijk hoog oplopen en ook hier moet je als konijnenbaasje rekening mee houden. Gelukkig is het tegenwoordig ook mogelijk om konijnen voor ziektekosten te verzekeren.