Dierenhulpverlener nr 3

Trots!

Wat hebben we het goed voor elkaar hier in Nederland met ons uitgebreide netwerk van dierenhulpverleners! 

Uiteraard kunnen er nog veel dingen verbeterd worden en daar moeten we ook aan werken, maar we mogen ook best een beetje trots op onszelf zijn.

Ik ben net terug van een week honden en katten castreren en steriliseren in Roemenië, het dierenwelzijn loopt daar tientallen jaren achter op ons. Drachtige poezen en teefjes steriliseren zal denk ik nooit wennen, maar het is helaas wel nodig om de populaties daar in toom te houden. Minder dieren op straat betekent minder concurrentie om voedsel, minder ziektes en minder verkeersdoden. Het lijkt wel eens dweilen met de kraan open, maar het is ons hier in Nederland ook gelukt het zwerfdierenprobleem bij honden op te lossen en bij katten terug te dringen, dus moet het daar en in de rest van de wereld uiteindelijk ook lukken, toch?

Wij moeten hiervoor wel blijven samenwerken, specialiseren en onze kennis delen, dit doen we met ons ons Vakblad, het Landelijk Congres Dierenhulpverlening en met ons Centrum Kennisdeling. 

Dat samenwerken niet altijd even makkelijk is, merken wij in het werkveld regelmatig, daarom  in deze editie een artikel over conflicten binnen je organisatie. Verder voelen wij collega Frans Knaken, tandheelkundig dierenarts, goed aan de tand over zijn vak zijn specialisatie. 

Katten zijn dieren die pijn en gebreken erg slecht tonen, hierdoor wordt het vaak over het hoofd gezien en worden ze niet optimaal ondersteunt, daar dus ook aandacht voor in deze derde editie. En natuurlijk ontbreken nuttige tips voor het organiseren van jouw stichting niet, zo geven we je handige handvatten bij het maken van een jaarverslag en maken we kennis met het dierfondsenoverleg. 

Duik lekker in ons vakblad, geniet, leer en blijf samenwerken! 

Piet Hellemans, dierenarts en ambassadeur van DierenLot

Instagram: @piethellemans.nl

Dierenhulpverlener nr 2

Dank voor de reacties op het eerste Vakblad Dierenhulpverlener, deze input en inzichten hebben we nodig om de gezamenlijke kennis en kunde in ons vakgebied te blijven verbeteren. 

Voor de meeste organisaties komt er nu een wat rustigere periode aan; de natuur en de dieren bouwen af en gaan zich voorbereiden op de winter. Een goede periode om binnen je organisatie orde op zaken te stellen; ben je klaar voor nieuwe regelgeving, hoe behoud je vrijwilligers en welke dingen kan je als organisatie beter doen?

In deze editie helpen we je daarmee op weg en nemen we je mee naar Bonaire! Bonaire is een bijzondere gemeente van Nederland en een uitdagend werkgebied voor dieren hulpverleners. Ons team voelt er enkelen aan de tand en maakt er een inspirerend verslag over. Samenwerken en kennisdelen zijn belangrijke pijlers om de dierenhulpverlening te verbeteren en efficiënter te maken; binnen organisaties, tussen organisaties en met andere hulpdiensten. Wat mag je bijvoorbeeld van de Dierenpolitie verwachten, en wat juist niet?

Uiteraard duiken we ook weer in de fysiologie van onze dieren, suikerziekte en EHBO bij bloedingen en brandwonden gaan we dieper op in.

De meesten kennen Gerrit Zand al, ik werk al jaren erg fijn met hem samen en heb heel veel van hem geleerd. Mocht je hem nog niet kennen, neem dan met ons een kijkje achter deze warme glimlach. Veel plezier met deze tweede editie en tot op 9 november bij de Landelijke Bijeenkomst Dierenhulpverlening.

Piet Hellemans, dierenarts en ambassadeur van DierenLot

Instagram: @piethellemans.nl

Dierenhulpverlener nr 1

Eindelijk is er een vakblad voor de dierenhulpverlener! We willen ervaringen delen, samenwerken en gezamenlijk het niveau en de slagkracht van de dierenhulpverleners verhogen. In elke editie gaan we in op de actualiteiten in ons vakgebied, wet- en regelgeving, EHBO bij verschillende diersoorten en hebben we tips over fondsenwerving en (social) media gebruik. Uiteraard staan wij open voor tips qua onderwerpen, we ontvangen graag jullie input.

Deze editie gaan we in op het herkennen van dierenmishandeling dierenhulpverleners hebben hier een belangrijke signaleringsfunctie. 

Het voorjaar komt eraan (klopt dit qua uitgave datum?), een drukke periode voor ons door al het nieuwe leven, van kittens tot zwanenpulletjes, de dieren die uit de winterslaap komen en onze terugkerende trekvogels. Een prachtige periode maar ook een periode waar veel werk te verrichten valt en veel ondersteuning nodig is. Ik blijf het altijd bijzonder vinden hoe de natuur in het najaar in een soort spaarstand gaat om in het voorjaar weer als herboren tevoorschijn te komen. Onderwater in Nederland is dit ook prachtig te zien, alles gaat weer groeien, bloeien en de volgende generatie wordt geboren en grootgebracht. In deze periode zijn de duizenden dierenhulpverleners die Nederland rijk is, keihard nodig.

Helaas worden er nog steeds kittens van zwerfpoezen geboren, dieren gedumpt en hebben in-het-wild-levende dieren het moeilijk door de verdwijning of inperking van hun leefgebied. Hoe wij dit samen opvangen en dierenwelzijn bevorderen ben ik erg trots op, en het kan natuurlijk altijd nog beter. Vandaar een vakblad voor dierenhulpverleners, om ervaringen uit te wisselen, van elkaar te leren, samen te werken en zo gezamenlijk het niveau te verhogen en dierenleed te verminderen. Keep up the great work en veel plezier met deze eerste editie van het Vakblad Dierenhulpverlener.

Dierenhulpverlener nr 3: EHBO bij dieren; botbreuken

EHBO bij dieren; Botbreuken

Als dierenhulpverlener is het belangrijk dat je eerste hulp kunt verlenen bij dieren in nood. Om je op weg te helpen geeft dierenarts Piet Hellemans iedere uitgave nuttige EHBO-tips. Deze keer alles over botbreuken. 

Een trauma zoals een aanrijding, val, bijtincident enzovoort, veroorzaakt al snel een of  meerdere botbreuken. Maar een botbreuk kan ook spontaan ontstaan door een stofwisselingsprobleem of een tumor. De meeste botbreuken zijn gelukkig niet levensbedreigend. Bloedingen (extern of intern) en samengevallen longen zijn dat wel; dus de ademhaling, pols en slijmvliezen controleren heeft prioriteit boven botbreuken en moet eerst gecontroleerd, en indien nodig gestabiliseerd worden.

Snel handelen

Ook al zijn de meeste botbreuken niet levensbedreigend, ze zijn wel erg pijnlijk en moeten dus zo snel mogelijk gestabiliseerd en behandeld worden. Het bewegen van een gebroken bot (door het dier zelf of door een dierenhulpverlener) is zeer pijnlijk en kan een agressieve pijnreactie oproepen, hierbij geldt dus dat je eerst aan je eigen veiligheid moet denken voordat je een dier helpt. 

Open botbreuk 

Bij een open botbreuk steekt een botdeel door de huid heen, deze breuken zijn hierdoor geïnfecteerd en hebben een slechtere prognose dan een gesloten botbreuk waar de huid nog intact is.

Botbreuken herkennen

Als een ledemaat niet meer belast wordt, een ongebruikelijke beweeglijkheid heeft of bij een vogel een vleugel niet meer opgetrokken op de rug ligt, moet je  rekening houden met een botbreuk. Probeer het ledemaat in dit geval te immobiliseren met een noodverband. Een noodverband mag niet de ademhaling of de bloed toe- en afvoer belemmeren, en dient ter stabilisatie van de breuk. Het voorkomt dat de gebroken delen ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Na pijnstilling, sedatie nader onderzoek (röntgenfoto) bij een dierenarts kan een definitieve fixatie van de breuk gerealiseerd worden. Dit kan met een spalk, externe fixatie of interne fixatie gebeuren.

Spalk 

Een spalk is mogelijk bij eenvoudige breuken waar de botdelen nog genoeg contact maken (geen of weinig dislocatie) en er weinig spieren over de de botdelen lopen. Dikke spieren over een breuk (zoals in de bovenarm of het dijbeen) voorkomen een stabilisatie van de botdelen, waardoor deze niet kunnen vastgroeien. De pootjes van vogels, de onderarmen ,scheenbenen en ondervoetjes van viervoeters kunnen meestal met een spalk genezen. Na 6 weken stabilisatie zijn de meeste botbreuken genezen en kan de spalk weggenomen worden. Meestal moet de spalk één of twee keren verwisseld worden in deze periode. Alvorens een dier zonder spalk te laten lopen is het verstandig een röntgenfoto te maken om te controleren of het herstel van het bot afdoende is om het gewicht (of de kracht) te dragen.

Gaat een dier plots bijten in de spalk? Dit kan komen door afknelling van circulatie, infectie of dislocatie van breukdelen. Laat dit in alle gevallen controleren door een dierenarts. 

Externe en interne fixatie

Als de botdelen te weinig contact maken, er meerdere breuken in één bot zijn of als er veel dikke spieren over de botdelen lopen, zoals bij de bovenarm en het dijbeen moet de breuk door middel van een operatie gestabiliseerd worden. Afhankelijk van het bot, de grootte van het dier, de breuk, de ervaring en de middelen van de dierenarts(specialist) zal voor een externe of interne fixatie gekozen worden. Botdelen moeten contact met elkaar maken en mogen niet ten opzichte van elkaar bewegen om te kunnen genezen. 

Externe fixatie

Bij een externe fixatie is een deel van de stabilisatie aan de buitenkant van het dier, door de huid heen maakt dit dan contact met het interne deel van de stabilisatie. Omdat er bij externe fixatie metaal door de huid heen en in het bot gaat is er altijd een risico van infectie, dit kan met dagelijks desinfecteren en eventueel. antibiotica voorkomen worden. Bij gunstig herstel met externe fixaties wordt ook na zes weken het externe deel van de fixatie verwijderd, en soms ook het interne deel door middel van een operatie

Interne fixatie

Bij interne fixatie zitten alle platen, schroeven of pinnen ín het dier, hier is dus minder kans op infectie. Dit is vaak wel lastiger aan te brengen en vergt meer ervaring (orthopeed dierenarts) en de instrumenten en materialen om dit te doen zijn duurder. Interne fixaties van botbreuken hoeven er niet uitgehaald te worden behalve als er een infectie optreedt. De dieren kunnen enkele dagen na de ingreep het gebroken ledemaat al weer belasten en gebruiken.

Amputatie

Als een bot verbrijzeld is, zwaar geïnfecteerd of een spalk of fixatie geen effect gehad heeft kan een ledemaat geamputeerd worden. Viervoeters tot een gewicht van 15 kg redden zich in de regel op drie poten, zwaardere dieren zullen vaak overbelasting krijgen van de overgebleven ledematen.

Breuken aan de schedel en wervelkolom

Bij breuken aan de schedel of wervelkolom treed naast botschade ook vaak zenuwschade opdit komt door de klap (hersenschudding of zwelling van het ruggenmerg), of door de breuk zelf (dwarslaesie). Bij een kaak- of snavelbreuk kan de bek vaak niet meer dichtgehouden worden en is drinken en eten belemmerd. Als een oogkas gebroken en een oog uit de oogkas puilt, voorkom dan dat deze uitdroogt door er regelmatig vettige oogcrème op te doen of sla-olie als er geen oogcrème voorhanden is, en zoek uiteraard met spoed een dierenarts op. Breuken van de schedel en wervelkolom hebben een slechtere prognose dan van de ledematen aangeziene  er hier maar één van hebben en hier de aansturing van het lichaam plaatsvindt.

Kneuzingen, bloedingen of zwelling van de hersenen, ruggemerg of zenuwen kunnen uitvalsverschijnselen geven. Als hier 48 uur na aanvang van de behandeling door een dierenarts geen verbetering optreedt, is de kans op herstel klein en heb je waarschijnlijk te maken met definitieve uitval. 

Ribbreuken

Ribbreuken zijn levensbedreigend als een breukdeel de longen of de borstholte doorboort. De long valt hierdoor samen  en belemmert of stopt deademhaling . Ribbreuken zijn erg pijnlijk en bij elke ademhaling is dit te voelen.

Ribbreuken herkennen

Bij intacte longen en borstholte zullen de ribben iets naar buiten wijken en zal de buik wat uitzetten bij inademing, bij een normale uitademing vallen de ribben terug en trekt de buik wat op. Als er asymmetrie in deze adembeweging is, een ribwand niet opkomt of juist met uitademing opkomt kan er sprake zijn van een ribbreuk, klaplong en/ of scheur in het middenrif en is het zaak om met spoed een dierenkliniek op te zoeken.

Een botbreuk heeft dus altijd zorg en ondersteuning nodig, gelukkig is het meestal (op korte termijn) niet levensbedreigend en kan bot heel goed genezen. Een oude breuk is vaak zelfs sterker dan het bot eromheen door extra botafzetting. Als de botdelen elkaar voor een deel raken en niet ten opzichte van elkaar bewegen, genezen ze in de regel prachtig. Ook als een bot niet helemaal mooi recht geneest en dus één pootje korter is dan de anderen, kunnen dieren zich hier goed mee redden door de andere pootjes iets meer te buigen. 

Dierenhulpverlener EHBO bij hond en kat (deel 2) nr2 Bloedingen en brandwonden

Bloedingen en brandwonden

Bloedingen

Bloedingen bij dieren komen in meerdere vormen voor, een bloeding kan arterieel (slagaderlijk), veneus (aderlijk) of capillair (haarvaten) zijn. Denk uiteraard eerst aan je eigen veiligheid voordat je een dier met een bloeding hulp biedt. 

Arteriële bloedingen

Bij arteriële bloedingen is het bloed helderrood en zal het in golfjes of spuitend met intervallen uit de wond komen. Dit zijn de lastigste bloedingen om te stoppen, de bloeddruk is bij arteriële bloedingen het hoogst, de bloedvaten zijn het dikst en de kans op doodbloeden is het grootst. Snel het bloedverlies beperken en de bloeding stoppen een noodverband of een tourniquet is dus van levensbelang. Snelheid is hierin belangrijker dan steriliteit, verlies dus geen tijd met naar steriele spullen zoeken maar stop het bloeden.

Een noodverband kan je nooit té strak aanleggen, het is een tijdelijke en levensreddende ingreep die vervolgens (en zo snel mogelijk) door een dierenarts omgezet moet worden in een permanent stoppen van het bloeden. Wees dus niet bang om een noodverband te strak aan te leggen.

Stopt het bloeden niet met een noodverband, dan moet een tourniquet aangelegd worden om te voorkomen dat het dier doodbloedt. Een tourniquet kan in de oksel of in de lies aangebracht worden om bloedverlies te stoppen. Een band, riem, touw of lint kan dienst doen als tourniquet, met een pen of stok is deze dan na het vastknopen op spanning te brengen totdat het bloeden stopt. Ook voor een tourniquet geldt dat het een tijdelijke (en levensreddende) ingreep is en door een dierenarts in een permanente oplossing omgezet moet worden. Een tourniquet moet altijd tussen het bloedende deel en het hart aangelegd worden, als een pootje erg heftig bloedt, moet het tourniquet in de oksel of in de lies aangelegd worden. 

Naast de pijn van de wond, zal een noodverband of tourniquet het dier ook pijn doen omdat het strak aangelegd moet worden, let dus op je eigen veiligheid bij het aanleggen ervan en gebruik een snuitband en hulp van collega’s indien mogelijk.

Veneuze bloedingen

Het bloed bij een veneuze bloeding is donkerrood en zal niet in golfjes of spuitend uit de wond komen maar er met een continue snelheid eruit stromen of druppelen. De bloeddruk in venen is lager dan in de arteriën en de vaatwanden zijn dunner, dus deze bloedingen zijn makkelijker te stoppen. Bij een veneuze bloeding van de ledematen zal een noodverband de bloeding meestal kunnen stoppen, bij erg grote bloedingen moet een tourniquet aangelegd worden. Veneuze bloedingen van de huid of kop kunnen met directe druk op de wond met bijvoorbeeld een theedoek en het hoog-houden van het de wond de bloeding stoppen. Hoe hoger een wond gehouden wordt, hoe lager de bloeddruk en hoe makkelijker het bloeden stopt.

Capillaire bloedingen

Dit zijn bloedingen uit de haarvaten, de kleinste bloedvaten die tussen de arteriën en venen in zitten, hier is de bloeddruk het laagst en deze bloedingen stoppen meestal vanzelf. Een schaafwond is een voorbeeld van een capillaire bloeding. Ontsmetten en een vet gaas erop aanbrengen is meestal afdoende. Vettige gazen zullen niet zo snel aan de wond (en later korst) gaan plakken waardoor de korst blijft zitten na het wegnemen van het verband.

Voorkom dat het dier aan wond gaat likken en als het een grote wond is, is het verstandig het door een dierenarts te laten controleren en eventueel pijnstillers en antibiotica te geven.

Mengbeeld van bloedingen

Er kan ook een mengbeeld van bovengenoemde bloedingen plaatsvinden, bijvoorbeeld bij erg grote of diepe wonden of als er een poot of staart volledig door is. De arteriële bloedingen moeten dan de focus hebben, hier zal het dier het snelst door leegbloeden en als deze met een noodverband of tourniquet gestopt zijn, zijn de veneuze bloedingen dat ook. Houd de wond hierbij ook weer boven het hart, zodat de bloeddruk bij de wond laag is en de stolling icm met de druk op de wond zijn werk kan doen.

Een noodverband zit hier dus ook nooit té strak, het is zaak om het zo snel mogelijk door een dierenarts te laten vervangen en de bloeding definitief te stoppen. Het bloed ín de bloedvaten houden zal op korte termijn levensreddend zijn. 

Inwendige bloedingen

Na een val of een aanrijding kan er een inwendige bloeding optreden door het scheuren van de milt of de lever bijvoorbeeld. Dit is een levensbedreigende situatie en kan alleen met een infuus en een operatie opgelost worden. Eén van de eerste dingen die opvallen is een dikker geworden en hangende buik door het bloed wat erin staat.

Bij inwendige bloedingen zakt de bloeddruk en zullen de weefsels te weinig zuurstof ontvangen, hierdoor worden de slijmvliezen bleek tot wit, de CRT zal verlengt zijn (>1 sec.) en deze dieren ademen sneller in een poging om genoeg zuurstof naar de weefsels te krijgen. Dit geldt overigens ook voor uitwendige bloedingen, maar die zijn makkelijker te herkennen door het uitwendige bloedverlies.

Zuurstof geven kan het zuurstofgebrek iets verbeteren en kan in ieder geval geen kwaad maar het oplossen van een inwendige bloeding moet door middel van een operatie gebeuren. Een inwendige bloeding kan ook juist ontstaan door een operatie, als een bloedvat niet goed onderbonden is na een sterilisatie bijvoorbeeld, kan dit levensbedreigend bloedverlies geven in de buikholte.

Brandwonden

De huid is het grootste orgaan bij dier en mens en heeft vele vitale functies. Temperatuur- en vochtregulatie, voorkomen van infecties en vochtverlies en het uitscheiden van afvalstoffen zijn de belangrijkste functies en zullen door brandwonden verstoord raken. Brandwonden worden in drie categorieën ingedeeld;

Eerstegraads brandwonden

Hierbij is alleen de opperhuid verbrand en zal deze rood, gezwollen en pijnlijk zijn, er vormen geen blaren.

Tweedegraads brandwonden

Bij tweedegraads brandwonden zullen er blaren ontstaan door het loslaten van de opperhuid van de lederhuid. Tweedegraads brandwonden zijn een stuk pijnlijker dan eerstegraads en zullen ook trager herstellen.

Derdegraads brandwonden

Alle huidlagen zijn verwoest, de huid ziet er wit of grijs uit, de huid is gevoelloos en zal afsterven.

Het belangrijkste bij brandwonden is verdere verbranding voorkomen en de brandwond koelen met lauw water, bij voorkeur stromend lauw water. Realiseer je dat brandwonden erg pijnlijk zijn, dus houd ook hier weer rekening met je eigen veiligheid. Pas ook op met het afdekken van brandwonden, gazen en verbanden kunnen aan de verbrande huid vastplakken en zullen deze meenemen met het verwijderen ervan. Een vettig gaas kan eventueel wel gebruikt worden op een brandwond. Alle derdegraads brandwonden en grote tweedegraads brandwonden (>10% lichaamsoppervlak) moeten altijd door een dierenarts behandeld worden, bij twijfel ook een dierenarts opzoeken.

Brandwonden kunnen ook door bevriezing met droogijs of vloeibare stikstof ontstaan, de effecten ervan op de huid en de behandeling is nagenoeg hetzelfde. Als katten op een fornuis springen of honden op een te hete ondergrond lopen of rennen zullen ze hun voetkussentjes verbranden, dit is zeer pijnlijk en duurt helaas ook lang om te herstellen.