Dierenhulpverlener EHBO bij hond en kat (deel 2) nr2 Bloedingen en brandwonden

Bloedingen en brandwonden

Bloedingen

Bloedingen bij dieren komen in meerdere vormen voor, een bloeding kan arterieel (slagaderlijk), veneus (aderlijk) of capillair (haarvaten) zijn. Denk uiteraard eerst aan je eigen veiligheid voordat je een dier met een bloeding hulp biedt. 

Arteriële bloedingen

Bij arteriële bloedingen is het bloed helderrood en zal het in golfjes of spuitend met intervallen uit de wond komen. Dit zijn de lastigste bloedingen om te stoppen, de bloeddruk is bij arteriële bloedingen het hoogst, de bloedvaten zijn het dikst en de kans op doodbloeden is het grootst. Snel het bloedverlies beperken en de bloeding stoppen een noodverband of een tourniquet is dus van levensbelang. Snelheid is hierin belangrijker dan steriliteit, verlies dus geen tijd met naar steriele spullen zoeken maar stop het bloeden.

Een noodverband kan je nooit té strak aanleggen, het is een tijdelijke en levensreddende ingreep die vervolgens (en zo snel mogelijk) door een dierenarts omgezet moet worden in een permanent stoppen van het bloeden. Wees dus niet bang om een noodverband te strak aan te leggen.

Stopt het bloeden niet met een noodverband, dan moet een tourniquet aangelegd worden om te voorkomen dat het dier doodbloedt. Een tourniquet kan in de oksel of in de lies aangebracht worden om bloedverlies te stoppen. Een band, riem, touw of lint kan dienst doen als tourniquet, met een pen of stok is deze dan na het vastknopen op spanning te brengen totdat het bloeden stopt. Ook voor een tourniquet geldt dat het een tijdelijke (en levensreddende) ingreep is en door een dierenarts in een permanente oplossing omgezet moet worden. Een tourniquet moet altijd tussen het bloedende deel en het hart aangelegd worden, als een pootje erg heftig bloedt, moet het tourniquet in de oksel of in de lies aangelegd worden. 

Naast de pijn van de wond, zal een noodverband of tourniquet het dier ook pijn doen omdat het strak aangelegd moet worden, let dus op je eigen veiligheid bij het aanleggen ervan en gebruik een snuitband en hulp van collega’s indien mogelijk.

Veneuze bloedingen

Het bloed bij een veneuze bloeding is donkerrood en zal niet in golfjes of spuitend uit de wond komen maar er met een continue snelheid eruit stromen of druppelen. De bloeddruk in venen is lager dan in de arteriën en de vaatwanden zijn dunner, dus deze bloedingen zijn makkelijker te stoppen. Bij een veneuze bloeding van de ledematen zal een noodverband de bloeding meestal kunnen stoppen, bij erg grote bloedingen moet een tourniquet aangelegd worden. Veneuze bloedingen van de huid of kop kunnen met directe druk op de wond met bijvoorbeeld een theedoek en het hoog-houden van het de wond de bloeding stoppen. Hoe hoger een wond gehouden wordt, hoe lager de bloeddruk en hoe makkelijker het bloeden stopt.

Capillaire bloedingen

Dit zijn bloedingen uit de haarvaten, de kleinste bloedvaten die tussen de arteriën en venen in zitten, hier is de bloeddruk het laagst en deze bloedingen stoppen meestal vanzelf. Een schaafwond is een voorbeeld van een capillaire bloeding. Ontsmetten en een vet gaas erop aanbrengen is meestal afdoende. Vettige gazen zullen niet zo snel aan de wond (en later korst) gaan plakken waardoor de korst blijft zitten na het wegnemen van het verband.

Voorkom dat het dier aan wond gaat likken en als het een grote wond is, is het verstandig het door een dierenarts te laten controleren en eventueel pijnstillers en antibiotica te geven.

Mengbeeld van bloedingen

Er kan ook een mengbeeld van bovengenoemde bloedingen plaatsvinden, bijvoorbeeld bij erg grote of diepe wonden of als er een poot of staart volledig door is. De arteriële bloedingen moeten dan de focus hebben, hier zal het dier het snelst door leegbloeden en als deze met een noodverband of tourniquet gestopt zijn, zijn de veneuze bloedingen dat ook. Houd de wond hierbij ook weer boven het hart, zodat de bloeddruk bij de wond laag is en de stolling icm met de druk op de wond zijn werk kan doen.

Een noodverband zit hier dus ook nooit té strak, het is zaak om het zo snel mogelijk door een dierenarts te laten vervangen en de bloeding definitief te stoppen. Het bloed ín de bloedvaten houden zal op korte termijn levensreddend zijn. 

Inwendige bloedingen

Na een val of een aanrijding kan er een inwendige bloeding optreden door het scheuren van de milt of de lever bijvoorbeeld. Dit is een levensbedreigende situatie en kan alleen met een infuus en een operatie opgelost worden. Eén van de eerste dingen die opvallen is een dikker geworden en hangende buik door het bloed wat erin staat.

Bij inwendige bloedingen zakt de bloeddruk en zullen de weefsels te weinig zuurstof ontvangen, hierdoor worden de slijmvliezen bleek tot wit, de CRT zal verlengt zijn (>1 sec.) en deze dieren ademen sneller in een poging om genoeg zuurstof naar de weefsels te krijgen. Dit geldt overigens ook voor uitwendige bloedingen, maar die zijn makkelijker te herkennen door het uitwendige bloedverlies.

Zuurstof geven kan het zuurstofgebrek iets verbeteren en kan in ieder geval geen kwaad maar het oplossen van een inwendige bloeding moet door middel van een operatie gebeuren. Een inwendige bloeding kan ook juist ontstaan door een operatie, als een bloedvat niet goed onderbonden is na een sterilisatie bijvoorbeeld, kan dit levensbedreigend bloedverlies geven in de buikholte.

Brandwonden

De huid is het grootste orgaan bij dier en mens en heeft vele vitale functies. Temperatuur- en vochtregulatie, voorkomen van infecties en vochtverlies en het uitscheiden van afvalstoffen zijn de belangrijkste functies en zullen door brandwonden verstoord raken. Brandwonden worden in drie categorieën ingedeeld;

Eerstegraads brandwonden

Hierbij is alleen de opperhuid verbrand en zal deze rood, gezwollen en pijnlijk zijn, er vormen geen blaren.

Tweedegraads brandwonden

Bij tweedegraads brandwonden zullen er blaren ontstaan door het loslaten van de opperhuid van de lederhuid. Tweedegraads brandwonden zijn een stuk pijnlijker dan eerstegraads en zullen ook trager herstellen.

Derdegraads brandwonden

Alle huidlagen zijn verwoest, de huid ziet er wit of grijs uit, de huid is gevoelloos en zal afsterven.

Het belangrijkste bij brandwonden is verdere verbranding voorkomen en de brandwond koelen met lauw water, bij voorkeur stromend lauw water. Realiseer je dat brandwonden erg pijnlijk zijn, dus houd ook hier weer rekening met je eigen veiligheid. Pas ook op met het afdekken van brandwonden, gazen en verbanden kunnen aan de verbrande huid vastplakken en zullen deze meenemen met het verwijderen ervan. Een vettig gaas kan eventueel wel gebruikt worden op een brandwond. Alle derdegraads brandwonden en grote tweedegraads brandwonden (>10% lichaamsoppervlak) moeten altijd door een dierenarts behandeld worden, bij twijfel ook een dierenarts opzoeken.

Brandwonden kunnen ook door bevriezing met droogijs of vloeibare stikstof ontstaan, de effecten ervan op de huid en de behandeling is nagenoeg hetzelfde. Als katten op een fornuis springen of honden op een te hete ondergrond lopen of rennen zullen ze hun voetkussentjes verbranden, dit is zeer pijnlijk en duurt helaas ook lang om te herstellen.

Verborgen dierenleed bij konijnen

Konijnen zijn leuke huisdieren. Ze zijn zindelijk te krijgen, vrij eenvoudig te trainen en ze zijn erg goed gezelschap Helaas is er in de konijnenhouderij ook veel verborgen dierenleed. In dit artikel bespreken wij met dierenarts en veterinair consultant Piet Hellemans een aantal do’s en don’ts bij het houden van konijnen. 

Don’t: konijn alleen houden

Konijnen zijn (net als honden, paarden en mensen) bijzonder sociale wezens en hebben dus behoefte aan een soortgenoot om zich heen. Een konijn kan niet alleen gehouden worden zonder het welzijn van het dier aanzienlijk te schaden. Een koppeltje konijnen (mannetje en vrouwtje) gaat bijna altijd goed, maar moet wel met beleid samengesteld worden en het mannetje moet gecastreerd zijn. Het vrouwtje bij voorkeur ook gesteriliseerd. 

Do: konijnen koppelen

Twee konijnen met elkaar kennis laten maken kan er hard aan toe gaan. Het koppelen moet dan ook voorbereid worden en begeleid worden door iemand met ervaring. Het beste is om de konijnen te koppelen op een neutraal terrein (dus niet het verblijf van één van de konijnen). Als het kennismaken in een gevecht uitloopt moet er soms ingegrepen worden.
Mocht je een konijn alleen hebben zitten, neem dan contact op met een konijnenopvang of asiel in de buurt en laat je door hen adviseren omtrent een geschikt maatje en de mogelijkheid van koppelen.  

Do: controleer het gebit van je konijn

Konijnen zijn geen knaagdieren, ze behoren tot de orde van de haasachtigen maar hebben wel veel overeenkomsten met knaagdieren. Zo hebben beide een doorgroeiend gebit; het gebit (snijtanden en kiezen) groeien een leven lang door, zelfs met 1 mm per week! De tanden moeten dus veel en goed gebruikt worden om weer af te slijten. Hooi en vers water moeten bijvoorbeeld altijd beschikbaar zijn om het gebit en het maagdarmkanaal gezond te houden en tegemoet te komen aan de knabbelbehoefte. Als baasje is het goed om regelmatig naar de snijtanden van je konijnen te kijken. Als deze langer worden of scheef afslijten, dan is er waarschijnlijk een probleem met het gebit. Laat je konijn in dat geval door een dierenarts onderzoeken. Als je merkt dat één van je konijnen minder graag eet, of met name het hooi links laat liggen, ga dan ook even bij je dierenarts langs om het gebit te laten controleren. Als konijnen te weinig op ruwvoer (hooi en gras) kauwen, dan groeit het gebit door zonder voldoende te slijten en zullen de tanden en kiezen uiteindelijk in de tong en wang gaan groeien. Dit is ongetwijfeld zeer pijnlijk maar de meeste konijnen laten dat amper zien. Dit komt doordat konijnen dieren zijn die in de natuur prooidieren zijn; als zij een zwakte of ziekte laten zien, zal dit een roofdier ook opvallen en zijn ze ten dode opgeschreven. Ze weten dus maar al te goed dat ze zich niet zwak of ziek moeten voordoen. Een ziek konijn of een konijn met veel pijn is soms alleen wat rustiger of eet minder (ruw)voer. Het kan ook gebeuren dat een konijn door ziekte of verkeerde voeding een tijd zijn tanden en kiezen niet genoeg gebruikt en daardoor een gebitsprobleem ontwikkelt en vervolgens niet meer kan eten. Zo wordt het een nare neerwaartse spiraal. Gebitsproblemen komen vaker voor bij zeer kleine en extreem grote konijnen dan bij konijnen van een gemiddelde grootte.

Don’t: konijn in vocht en tocht

Konijnen kunnen het hele jaar door buiten gehouden worden, mits er een beschut en droog deel met lekker veel stro is in hun verblijf. Konijnen die binnen gehouden worden kunnen in de zomer naar een buitenverblijf verplaatst worden. Als de temperatuur in het najaar gaat dalen, ontwikkelen ze een dikke wintervacht. Konijnen kunnen goed tegen kou, maar tegen vocht en tocht zijn ze absoluut niet bestand.

Do: maak een konijnentoilet in het hok

De meeste konijnen hebben een voorkeursplek in hun hok om te plassen en poepen. Hier kun je een konijnentoilet plaatsen, zodat dit hoekje (en de rest van het hok) beter schoon blijft. Verschoon wekelijks het gehele hok en controleer dagelijks of de bodembedekking nog droog is en het hok niet naar ammoniak stinkt. Bij stank of vochtigheid moet je het hok uiteraard verschonen. Het konijnentoilet kun je om de dag verschonen.

Do: kam of pluk je konijn regelmatig

De meeste konijnen ruien twee keer per jaar. Met name de dikke ondervacht kan problemen geven als hij niet goed loslaat. Om te voorkomen dat konijnen veel haren binnenkrijgen en er haarballen in de maag ontstaan, is het goed om hen te kammen of de losse haren voorzichtig weg te plukken. Controleer ook dagelijks de achterkant van je konijnen; in de ochtend produceren de dieren blindedarmkeutels; deze zijn wat zachter en plakkeriger dan de normale keutels, en horen door de konijnen weer opgegeten te worden. Als dit niet gebeurt, blijven deze keutels aan de anus plakken en leggen vliegen er eitjes in, waarna er maden uitkomen die aan het konijn gaan eten: en dat wil je natuurlijk voorkomen! Als een konijn zijn blindedarmkeutels niet opeet, is het verstandig om hem of haar door je dierenarts te laten onderzoeken. Je konijn heeft dan waarschijnlijk een gebitsprobleem of andere ziekteverschijnselen.

Do: laat je konijn vaccineren

Om konijnen te beschermen tegen myxomatose en VHD (twee dodelijke konijnenvirussen) moeten ze jaarlijks ingeënt worden. Deze ziektes worden, onder andere, door stekende insecten overgebracht, dus ook binnenkonijnen moeten gevaccineerd worden. Je kunt je konijn gewoon bij je dierenarts laten vaccineren. Overigens is er tegenwoordig ook een vaccin verkrijgbaar dat twee jaar geldig is.

Do: laat je konijn castreren of steriliseren

Konijnen staan bekend om hun snelle voortplanting. Om dit te voorkomen is het verstandig om in ieder geval het mannetje te laten castreren. Maar ook het steriliseren van het vrouwtje kan geen kwaad. Vrouwtjes krijgen, als ze ouder, zijn vaak ontstekingen en tumoren aan hun baarmoeder, dus het steriliseren van het vrouwtje heeft ook medische voordelen. Als je twee mannetjeskonijnen (rammetjes) bij elkaar houdt, moeten ze ook beiden gecastreerd zijn om vechten te voorkomen. Mannetjes blijven nog enkele weken na hun castratie agressief naar andere rammen en zelfs vruchtbaar! Wacht dus minimaal drie weken na een castratie met het koppelen van een mannetjeen vrouwtje (voedster).

Do: houd rekening met kosten

Konijnen zijn, net als honden en katten, huisdieren die vaste kosten met zich meebrengen. Denk aan  voer, hooi, bodembedekking en de jaarlijkse gezondheidscontrole en vaccinatie door je dierenarts. Castratie en sterilisatie horen ook bij de vaste kosten. Daarnaast kunnen de kosten als een konijn ziek wordt behoorlijk hoog oplopen en ook hier moet je als konijnenbaasje rekening mee houden. Gelukkig is het tegenwoordig ook mogelijk om konijnen voor ziektekosten te verzekeren.

Vachtverzorging bij katten

De zachte en veelzijdige vacht van katten maakt van hen prachtige dieren. Maar hoe zorg je ervoor dat die vacht gezond blijft? Dierenarts en veterinair consulent Piet Hellemans geeft tips.

Een zorgeloze kortharige vacht

Katten hebben van nature een korte of een halflange vacht. De lange vacht, Rex-vacht (krulletjes) en haarloze katten zijn door de mens gecreëerd door te fokken met dieren die hier toevallig mee geboren werden. Kortharige katten hebben vrij weinig vachtverzorging nodig, ze ‘kammen’ hun vacht zelf met hun tong. Een kattentong heeft harde papillen waarmee ze hun vacht schoonhouden en losse haren eruit halen. 

Een handje helpen

Voor halflangharige en langharige katten is het helemaal zelf verzorgen van hun vacht soms lastig: achter de oren, in de oksels en in de liezen kunnen al snel klitten ontstaan. Klitten ontstaan doordat losse haren plakkaten vormen met haren die nog vastzitten. Als je hier niets aan doet, worden de klitten steeds groter. Controleer dus regelmatig de vacht van je kat op klitten en voorkom ze door je kat 1 á 2 keer per week te kammen. Hiermee verwijder je de losse haren, waardoor je klitten voorkomt en je kat minder haren binnenkrijgt met het wassen. Nog een positief gevolg hiervan is dat je kat minder haarballen vormt en dus minder braakt. Bij oudere katten met een korte vacht vormen zich soms ook klitten rond de staart en op andere plekken op het lichaam. Dat komt doordat oudere katten vaak artrose (een aandoening van het kraakbeen in de gewrichten) hebben en niet meer flexibel genoeg zijn om overal bij te kunnen en de losse haren weg te likken. 

Klitten weghalen

Als je kat eenmaal klitten heeft kan je deze soms nog uit elkaar plukken en eruit kammen. Doe dit wel voorzichtig, want er zitten ook veel haren in die nog vastzitten aan de huid en dit kan pijnlijk zijn. Grotere klitten kun je er beter met een kleine tondeuse voorzichtig afscheren. Pas erg op met klitten knippen met een schaar, de kattenhuid is heel dun en flexibel en voor je het weet knip je in de huid en moet je naar je dierenarts om dit te laten hechten.
Als een kat heel veel klitten heeft, dan is het sowieso verstandig om deze weg te laten scheren door een trimster of paraveterinair, en uitleg te vragen hoe je de klitvorming kan voorkomen in de toekomst. Bij langharige katten is het risico op klitvorming een stuk groter; zij moeten dagelijks gecontroleerd worden op klitvorming en 2 á 3 keer per week goed doorgekamd worden om de losse haren te verwijderen om zo klitvorming te voorkomen. Katten met een Rex-vacht adviseer ik ook om regelmatig (1 á 2 keer per week) te kammen. 

Haarloze katten 

Haarloze katten hebben soms wel een paar plukjes haar, maar hoeven niet gekamd te worden. Wel heeft de huid van haarloze katten extra aandacht nodig. De talgklieren van de huid scheiden talg uit, wat de huid erg vettig kan maken. Door 1 á 2 keer per week met een met lauw water natgemaakt washandje de huid af te nemen voorkom je dat het talg zich ophoopt. Daarnaast is het verstandig om de nagels van haarloze katten kort te houden, anders zullen zij, als ze krabben hun huid gemakkelijk beschadigen, ze missen immers de beschermende vacht.

Neem er de tijd voor 

Het kammen, de vacht- en huidverzorging is direct een fijn contactmoment met je kat(ten). Doe dit dan ook altijd op je gemak. Is het geduld van je kat op? Ga er dan op een later tijdstip mee verder. Beloon je kat met knuffels en/of wat lekkers als hij het goed toelaat. De volgende keer wordt het dan nog makkelijker en leuker voor jullie allebei!

Meer tips van Piet Hellemans ontvangen? Volg hem via Instagram @piethellemans.nl of bekijk zijn website: www.piethellemans.nl 

Vlooiencontrole

Let met het kammen van je kat op vlooien en vlooienpoep. Vlooien zijn kleine, beweeglijke zwarte parasieten. Vlooienpoepjes zijn nog kleinere zwarte stipjes, die als je ze nat maakt met water rood verkleuren. Vlooien drinken bloed en de bloedkleurstoffen poepen ze weer uit, vandaar de rode kleur. Als de zwarte stipjes aarde of andere vuiligheid is, dan zal dit niet rood verkleuren als het nat wordt. Het natmaken en rood worden is het beste te zien op een stukje wc papier of keukenrol. Er is meer vlooienpoep aanwezig op je kat dan vlooien, dus de vlooienpoep zal je eerder tegenkomen.Vlooienpoep betekent dat er ook vlooien zijn. 

Voorkom vlooien 

Als je een kat pas gaat behandelen tegen vlooien als er al vlooien zijn, dan kan het nog drie maanden duren voordat de laatste vlooien verdwenen zijn. De eitjes (die door het hele huis liggen) moeten namelijk nog uitkomen. Deze vlo moet dan nog een vlooienlarf worden, zich volvreten, laten verpoppen totdat er een volwassen vlo uitkomt; die moet vervolgens bloed drinken van een behandeld dier of in contact komen met de vacht om dood te gaan. Kortom: voorkomen is beter dan genezen! Een vlooienplaag kan je voorkomen door je dieren preventief te beschermen en regelmatig te controleren op vlooien en vlooienpoep.

Voorkom vlooien bij je kat(ten) door ze met een pipetje in de nek of een vlooienband te behandelen. Als je voor een vlooienband kiest, dan moet dit er eentje zijn die breekt als je kat ermee vast komt te zitten. Je dierenwinkel en je dierenarts kunnen je adviseren.

Afb. vlooienpoep

Afb. vlo