EHBO-tips van Piet

Dierenarts Piet Hellemans geeft tips

Intro= EHBO is een belangrijk onderdeel van het werk van een dierenhulpverlener. De methodes van eerste hulp verlenen worden regelmatig herzien en verbeterd met de nieuwste inzichten en elke EHBO-instructeur of dierenarts zal een andere benadering hebben. In deze reeks artikelen neemt dierenarts en veterinair consulent Piet Hellemans ons mee zijn praktijk in, waar hij laat zien hoe hij EHBO verleent en hoe je dieren op de juiste manier kunt helpen. 

Om te weten of en welke hulp een hond of kat hulp heeft, is het uiteraard eerst nodig om de toestand van het dier in te schatten. De belangrijkste en basale lichaamsfuncties zijn te controleren aan de ademhaling, pols, temperatuur en slijmvliezen. 

Ademhaling

De normale ademfrequentie bij honden is 10 tot 30 keer per minuut, voor katten is het 20 tot 40 keer per minuut. De ademfrequentie kan verhoogd zijn door een zuurstoftekort in de weefsels en/of door pijn of stress. Als er in het lichaam te weinig zuurstof aanwezig is, reageert het lichaam hierop door sneller te gaan ademen en de bloeddruk te verhogen. Het doet een poging om alsnog genoeg zuurstof bij de weefsels te krijgen. Oorzaken voor een lage zuurstofspanning in het lichaam zijn:

  • Een verminderde longfunctie: klaplong, obstructie van de luchtwegen, longtumoren, astma, ontsteking luchtwegen/ longen.
  • Een verminderde hartfunctie: een aangeboren of verkregen hartafwijking.
  • Een verminderd bloedvolume: intern of extern bloedverlies, uitdroging of een verandering van samenstelling van het bloed door een ziekte.

Er gaat ergens iets mis met de opname van zuurstof (luchtwegen) en/ of het transport ervan naar de weefsel (hart en bloed). Extra zuurstof aanbieden zal het dier ondersteunen. De lucht om ons heen bevat 21% zuurstof, als dit percentage iets verhoogd wordt, zal de zuurstofopname van het bloed meteen verhoogd worden (zie ook tabel). Een te trage ademhaling komt zelden voor bij dieren in nood maar kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een vergiftiging. Ook hierbij kan zuurstof geven nooit kwaad.

Afbeelding: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hemoglobine

Pols

Bij honden en katten is de pols het beste op te nemen aan de binnenkant van het dijbeen. Bij honden is de normale polsfrequentie in rust 60 tot 120 slagen per minuut, bij katten is dit 120 tot 180 slagen per minuut. Een te snelle pols komt meestal door een te lage zuurstofspanning in het lichaam, net als bij de ademhaling. Hiervoor geldt ook dat extra zuurstof aanbieden het dier zal ondersteunen en nooit kwaad kan. Een te trage pols komt onder meer voor bij vergiftigingen en onderkoeling.

Let bij het opnemen van de pols op je eigen veiligheid. Als een dier pijn heeft of erg bang is, dan zou ik ervan afzien om de pols op te nemen. Het is goed om jezelf te oefenen in het opnemen van een polsfrequentie door dit bij je eigen huisdieren regelmatig te doen.

Temperatuur

De lichaamstemperatuur bij honden is normaliter tussen de 38 en 39 Graden Celsius, bij katten is dit tussen de 38,5 en 39 Graden Celsius. De lichaamstemperatuur is rectaal op te nemen. Denk hierbij ook eerst aan je eigen veiligheid; het temperaturen van dieren die veel pijn hebben of angstig zijn is niet verstandig. Een te lage temperatuur kan komen door lange blootstelling aan lage temperaturen of door een circulatieprobleem. Rillen is een goede manier van het lichaam om de verbranding te verhogen en de temperatuur weer op peil te krijgen. Onderkoelde honden en katten kunnen ondersteund worden door ze af te drogen en ze goed te isoleren met een reddingsdeken of een fleecedeken.

Slijmvliezen

De kleur van de tong bij honden en katten, en bij honden ook de kleur van het tandvlees, geeft veel informatie over de bloed- en zuurstofvoorziening van de weefsels. Bij honden kun je ook de Capillary Refill Time (hervulling van de haarvaten) controleren. Dit doe je door met je vinger op het ongepigmenteerde deel van het tandvlees en/ of wangslijmvlies te drukken. Na lichte druk hierop zal dit bleker worden en normaliter met één seconde weer dezelfde kleur als het omliggende weefsel hebben. . Het slijmvlies kan bij honden en katten verschillende kleuren hebben, hieronder lees je wat er aan de hand kan zijn: 

  • Roze: normaal. Dit kan je goed bij je eigen dieren controleren om te kijken of het inderdaad de juiste kleur heeft en om voor jezelf een goed beeld te hebben hoe het eruit hoort te zien.
  • Bleek/ wit; dit kan duiden op een bloedtekort door intern of extern bloedverlies of een hartprobleem. Zuurstof geven kan ondersteuning geven, daarna moeten deze dieren met spoed nader onderzocht en behandeld worden door een dierenarts.
  • Blauw: dit zien we bij onderkoeling en bij een zuurstoftekort. Temperatuur controleren en zuurstof geven.
  • Rood: dit zien we bij oververhitting, uitdroging en bij een koolstofmonoxidevergiftiging. Hierbij dus ook de temperatuur controleren, zuurstof geven en een dierenarts opzoeken.
  • Geel: er zitten galkleurstoffen in het bloed en is er sprake van ernstig leverlijden.

Een mengbeeld van bovengenoemde kleuren kan ook ontstaan. Ook dan zijn er meestal problemen.

Roze slijmvliezen (en een Capillary Refill Time van 1 seconde of minder bij honden) is altijd een goed teken bij een hond of kat in nood. Het geeft ons informatie over zowel de ademhaling als de circulatie: de weefsels krijgen bloed en zuurstof.

Veiligheid voorop!

Denk bij het controleren van een hond of kat eerst altijd aan je eigen veiligheid. Bange en gewonde dieren met veel pijn kunnen agressief reageren. 

#SamenvoordDieren, nr 2

Met trots mag ik uitgave nr 2 van #SamenvoorDieren aan jullie presenteren! In dit nummer aandacht voor de magie van de onderwaterwereld; bij ons thuis in een aquarium of vijver en rond onze (zeer) bijzondere gemeente Bonaire.

Wat kan je doen voor de dieren in je tuin in het najaar? Lees het in onze rubriek De Diervriendelijke Tuin en help je vaste tuinbewoners en ook de bezoekers op weg om de winter goed door te komen. Meer veel wilde soorten gaat het gelukkig goed in Nederland, de ooievaar, de ijsvogel en de ree hebben stabiele of zelfs groeiende populaties. De waterkwaliteit wordt steeds beter en zelfs in Nederland uitgestorven soorten maken een comeback hierdoor. Dit is te danken aan betere regelgeving en inzicht in de ecosystemen om ons heen, er gaan dus ook veel dingen goed gelukkig. De ree is één van deze succesverhalen, lees in ons artikel waar de ree precies vandaan komt, hoe ze leven en kijk met andere ogen naar het volgende reegeit of reebok die je spot.

In december (?) komen we met een leuke actie; de Xmas Station Fundraiser, lees er alles over, of nog beter, doe er gezellig aan mee! Dankzij jullie kunnen wij de duizenden vrijwilligers door heel Nederland blijven ondersteunen in hun geweldige werk voor in-het-wild-levende dieren en onze gehouden dieren. Heb je ook eens overwogen om je aan te melden als vrijwilliger bij een dierenwelzijnsorganisatie? Kijk eens op www.dier.nu/erkend-beneficiant voor de organisaties bij jou in de buurt, wat ze precies doen en waar jij hen eventueel mee kan helpen. Het werken met dieren, vrijwilligers en met andere (hulp)organisaties zal heel je veel energie en voldoening geven en de meeste dierenwelzijnsorganisaties staan te springen om vrijwilligers.

Veel leesplezier met deze #SamenvoorDieren,

Piet Hellemans, dierenarts en ambassadeur van DierenLot

Instagram: @piethellemans.nl

#SamenvoorDieren, nr 1

Lieve donateurs,

Zonder jullie zou DierenLot niet bestaan, en dankzij jullie kan DierenLot al ruim 12,5 jaar gehouden dieren en in het wild levende dieren en de organisaties die zich voor deze dieren inzetten helpen! In SamenvoorDieren willen wij de succesverhalen met jullie delen, jullie informeren over wat er allemaal nog moet, en dus ook nog gaat gebeuren en ons in verantwoord huisdierbezit en dierenwelzijn verdiepen.

We gaan in dit artikel dieper in op voeding, verzorging, beweging, het juiste huisdier kiezen en er zijn interviews met en columns van dieren hulpverleners. Elke editie is er een fotowedstrijd, artikels over dieren in de natuur en gaan we in op verborgen dierenleed.

Gelukkig gaan wij nu heel anders om met dieren en dierenleed dan enkele tientallen jaren geleden, de inzichten veranderen continue en het is daarom ook erg belangrijk om bij te blijven en kennis te delen. Als dierenarts kan ik iets doen tegen dierenleed en werk ik veel samen met stichtingen en organisaties die zich inzetten voor dieren. Het is heel bijzonder om te zien hoe hard deze mensen werken, meestal vrijwillig en staan ze 24 per dag en zeven dagen per week klaar om dieren te helpen. Uiteraard is alle hulp welkom bij deze organisaties en naast de financiële ondersteuning die jullie al geven via DierenLot, zijn er vaak extra handen op de werkvloer nodig.

Het klinkt misschien gek, maar ik kan dierenleed in het echte leven beter verdragen dan wanneer ik het op televisie of internet tegenkom. Als dierenarts en als dierenhulpverlener kan je het leed namelijk verzachten en hopelijk oplossen. Niet van alle dieren krijg je een vriendelijk bedankje in de vorm van een knuffel of een lik, ik word regelmatig gebeten, gekrabd en besmeurd door mijn patiënten, maar voldoening geeft het zeker! Dank voor jullie steun aan DierenLot, geniet van SamenvoorDieren en uiteraard horen wij graag wat jullie ervan vinden.

Piet Hellemans, dierenarts en ambassadeur van DierenLot

Instagram: @piethellemans.nl

Kom, we nemen een vis!

Als kind was dierenarts Piet Hellemans al gebiologeerd door vissen. Hij kon uren naar aquaria turen en was gek op snorkelen. Al duikend ontdekte hij later de adembenemende onderwaterwereld. In zijn werk komt hij ook regelmatig met vissen in aanraking en hij opereert hij ze zelfs als dat nodig is. Onder andere door zijn werk ziet hij dat bij het houden van vissen veel verborgen dierenleed is. Daarom een aantal do’s en dont’s van Piet Hellemans bij het houden van vissen. 

Don’t: Een vis cadeau doen

Vissen zijn net als alle andere huisdieren een hele verantwoordelijkheid. Ik vind dat je nooit een dier (dus ook geen vis) aan iemand ongevraagd cadeau mag doen. Elk huisdier brengt zorg en kosten met zich mee en daar moet een nieuw baasje zelf voor kiezen. Gelukkig zien we bijna geen vissenkommen meer, en worden vissen steeds meer als volwaardige huisdieren gezien in plaats van voor de grap aan een vertrekkende collega cadeau te doen.

Do: Filter en water verversen

Vissen leven zeer intiem met hun omgeving, ze nemen allerlei stoffen op uit het water waar ze in zwemmen. Ze doen dit via hun huid en kieuwen, maar ze scheiden ook hun afvalstoffen in dat zelfde water uit. Het gezond houden van het zwemwater is dan ook van levensbelang. Een paar gouden regels:

  • Zorg voor waterbeweging; een bruissteentje is het minimale aan waterbeweging wat er moet zijn, een filter is beter.
  • Ververs regelmatig een deel van het water; 1x per 10-14 dgn ⅓ van het water verversen om de waterkwaliteit goed te houden.
  • Zorg dat het aquarium stabiel is qua temperatuur en op een stevige ondergrond staat; niet dichtbij een verwarming, in direct zonlicht of op een plek waar het wiebelt of mensen er tegenaan kunnen lopen.

Don’t: Veel vissen

Houd niet te veel vissen in het aquarium; hoe meer vissen, hoe slechter de waterkwaliteit en hoe meer stress en ziektes er kunnen optreden. Het aantal vissen wordt beperkt door het wateroppervlak. In smalle, hoge aquaria kun je weinig vissen houden. Een minimale afmeting van een aquarium is 100x40x50 cm, dit is een verplichte minimale afmeting in Duitsland, hiervoor geldt hoe groter, hoe beter. Variatie en schuilmogelijkheden in de onderwater omgeving zijn ook belangrijk voor (goud)vissen, zie ook http://www.vissenbescherming.nl/goudvissen-2/

Don’t: Veel voeren

Voer niet te veel; voer alleen de hoeveelheid die de vissen in een paar minuten kunnen opeten.

Do: Koop op de groei

Vroeger dachten wij dat vissen zich aanpasten aan de grootte van hun leefomgeving, dus dat ze stoppen met groeien als het aquarium te klein wordt. Als vissen te groot worden voor hun omgeving, dan stoppen ze inderdaad uiteindelijk met groeien, maar dat komt doordat er dan te veel afvalstoffen in het water zitten. Het stoppen met groeien komt door vergiftiging en is geen ‘mooie natuurlijke aanpassing’. Gezonde vissen groeien. Houd daar dus ook rekening mee bij de aanschaf; koop het aquarium op de groei.

Do: Meet de waterkwaliteit

Goede waterkwaliteit is van levensbelang en gelukkig is dit te meten (pH, GH, KH, nitriet en nitraat o.a.). Water moet met een filter en regelmatige verversingen gezond gehouden worden. Ververs nooit in één keer al het water. De plotselinge verandering van temperatuur, zuurgraad en andere waarden geeft lichamelijke stress. Hierdoor kunnen de vissen ziek worden en zelfs overlijden. Als de waterkwaliteit slecht is, kun je beter regelmatig ⅓ water verversen en zo de kwaliteit geleidelijk verbeteren. Direct zonlicht op een aquarium kan de temperatuur flink doen stijgen en kan resulteren in een overgroei aan algen. Als er een lamp in het aquariumsysteem zit, laat deze dan ook niet langer dan tien uur per dag aan. Het beste is om hem op een tijdschakelaar te zetten.

Don’t: Direct zonlicht

Als er veel algen in het aquarium zitten, komt dat door te veel licht en afvalstoffen in het water. Het is dan zaak om de waterkwaliteit te meten en te verbeteren en voor minder direct licht in het aquarium te zorgen. Er zijn middelen te koop om de algen te doden, maar ik adviseer om de oorzaak van de algengroei weg te nemen, in plaats van de gevolgen te bestrijden.

Do: Verdiep je voor je begint!

Als er te veel vissen in een aquarium zitten, of als verschillende soorten elkaar opjagen geeft dit stress en zal de afweer van de vissen verslechteren, waardoor ze last van parasieten en ziektes kunnen krijgen. Verdiep je dan ook van tevoren goed in de vissoorten die je wilt houden; laat je goed informeren. Liever te weinig vissen en veel planten in een aquarium dan te veel vissen. Een aquarium met tropische vissen vergt meer kennis en verzorging dan het houden van koudwatervissen. Een tropisch zoutwateraquarium is het allermoeilijkst om goed te managen. Daar kun je pas aan beginnen als je jaren ervaring hebt met het houden van vissen, je er goed in verdiept hebt en je rekening houdt met een hobby die honderden tot duizenden euro’s per jaar kost.

Houd de waterkwaliteit goed, voorkom stress bij je vissen en geniet van de prachtige onderwaterwereld!

Instagram: @piethellemans.nl

Verborgen dierenleed bij konijnen

Konijnen zijn leuke huisdieren. Ze zijn zindelijk te krijgen, vrij eenvoudig te trainen en ze zijn erg goed gezelschap Helaas is er in de konijnenhouderij ook veel verborgen dierenleed. In dit artikel bespreken wij met dierenarts en veterinair consultant Piet Hellemans een aantal do’s en don’ts bij het houden van konijnen. 

Don’t: konijn alleen houden

Konijnen zijn (net als honden, paarden en mensen) bijzonder sociale wezens en hebben dus behoefte aan een soortgenoot om zich heen. Een konijn kan niet alleen gehouden worden zonder het welzijn van het dier aanzienlijk te schaden. Een koppeltje konijnen (mannetje en vrouwtje) gaat bijna altijd goed, maar moet wel met beleid samengesteld worden en het mannetje moet gecastreerd zijn. Het vrouwtje bij voorkeur ook gesteriliseerd. 

Do: konijnen koppelen

Twee konijnen met elkaar kennis laten maken kan er hard aan toe gaan. Het koppelen moet dan ook voorbereid worden en begeleid worden door iemand met ervaring. Het beste is om de konijnen te koppelen op een neutraal terrein (dus niet het verblijf van één van de konijnen). Als het kennismaken in een gevecht uitloopt moet er soms ingegrepen worden.
Mocht je een konijn alleen hebben zitten, neem dan contact op met een konijnenopvang of asiel in de buurt en laat je door hen adviseren omtrent een geschikt maatje en de mogelijkheid van koppelen.  

Do: controleer het gebit van je konijn

Konijnen zijn geen knaagdieren, ze behoren tot de orde van de haasachtigen maar hebben wel veel overeenkomsten met knaagdieren. Zo hebben beide een doorgroeiend gebit; het gebit (snijtanden en kiezen) groeien een leven lang door, zelfs met 1 mm per week! De tanden moeten dus veel en goed gebruikt worden om weer af te slijten. Hooi en vers water moeten bijvoorbeeld altijd beschikbaar zijn om het gebit en het maagdarmkanaal gezond te houden en tegemoet te komen aan de knabbelbehoefte. Als baasje is het goed om regelmatig naar de snijtanden van je konijnen te kijken. Als deze langer worden of scheef afslijten, dan is er waarschijnlijk een probleem met het gebit. Laat je konijn in dat geval door een dierenarts onderzoeken. Als je merkt dat één van je konijnen minder graag eet, of met name het hooi links laat liggen, ga dan ook even bij je dierenarts langs om het gebit te laten controleren. Als konijnen te weinig op ruwvoer (hooi en gras) kauwen, dan groeit het gebit door zonder voldoende te slijten en zullen de tanden en kiezen uiteindelijk in de tong en wang gaan groeien. Dit is ongetwijfeld zeer pijnlijk maar de meeste konijnen laten dat amper zien. Dit komt doordat konijnen dieren zijn die in de natuur prooidieren zijn; als zij een zwakte of ziekte laten zien, zal dit een roofdier ook opvallen en zijn ze ten dode opgeschreven. Ze weten dus maar al te goed dat ze zich niet zwak of ziek moeten voordoen. Een ziek konijn of een konijn met veel pijn is soms alleen wat rustiger of eet minder (ruw)voer. Het kan ook gebeuren dat een konijn door ziekte of verkeerde voeding een tijd zijn tanden en kiezen niet genoeg gebruikt en daardoor een gebitsprobleem ontwikkelt en vervolgens niet meer kan eten. Zo wordt het een nare neerwaartse spiraal. Gebitsproblemen komen vaker voor bij zeer kleine en extreem grote konijnen dan bij konijnen van een gemiddelde grootte.

Don’t: konijn in vocht en tocht

Konijnen kunnen het hele jaar door buiten gehouden worden, mits er een beschut en droog deel met lekker veel stro is in hun verblijf. Konijnen die binnen gehouden worden kunnen in de zomer naar een buitenverblijf verplaatst worden. Als de temperatuur in het najaar gaat dalen, ontwikkelen ze een dikke wintervacht. Konijnen kunnen goed tegen kou, maar tegen vocht en tocht zijn ze absoluut niet bestand.

Do: maak een konijnentoilet in het hok

De meeste konijnen hebben een voorkeursplek in hun hok om te plassen en poepen. Hier kun je een konijnentoilet plaatsen, zodat dit hoekje (en de rest van het hok) beter schoon blijft. Verschoon wekelijks het gehele hok en controleer dagelijks of de bodembedekking nog droog is en het hok niet naar ammoniak stinkt. Bij stank of vochtigheid moet je het hok uiteraard verschonen. Het konijnentoilet kun je om de dag verschonen.

Do: kam of pluk je konijn regelmatig

De meeste konijnen ruien twee keer per jaar. Met name de dikke ondervacht kan problemen geven als hij niet goed loslaat. Om te voorkomen dat konijnen veel haren binnenkrijgen en er haarballen in de maag ontstaan, is het goed om hen te kammen of de losse haren voorzichtig weg te plukken. Controleer ook dagelijks de achterkant van je konijnen; in de ochtend produceren de dieren blindedarmkeutels; deze zijn wat zachter en plakkeriger dan de normale keutels, en horen door de konijnen weer opgegeten te worden. Als dit niet gebeurt, blijven deze keutels aan de anus plakken en leggen vliegen er eitjes in, waarna er maden uitkomen die aan het konijn gaan eten: en dat wil je natuurlijk voorkomen! Als een konijn zijn blindedarmkeutels niet opeet, is het verstandig om hem of haar door je dierenarts te laten onderzoeken. Je konijn heeft dan waarschijnlijk een gebitsprobleem of andere ziekteverschijnselen.

Do: laat je konijn vaccineren

Om konijnen te beschermen tegen myxomatose en VHD (twee dodelijke konijnenvirussen) moeten ze jaarlijks ingeënt worden. Deze ziektes worden, onder andere, door stekende insecten overgebracht, dus ook binnenkonijnen moeten gevaccineerd worden. Je kunt je konijn gewoon bij je dierenarts laten vaccineren. Overigens is er tegenwoordig ook een vaccin verkrijgbaar dat twee jaar geldig is.

Do: laat je konijn castreren of steriliseren

Konijnen staan bekend om hun snelle voortplanting. Om dit te voorkomen is het verstandig om in ieder geval het mannetje te laten castreren. Maar ook het steriliseren van het vrouwtje kan geen kwaad. Vrouwtjes krijgen, als ze ouder, zijn vaak ontstekingen en tumoren aan hun baarmoeder, dus het steriliseren van het vrouwtje heeft ook medische voordelen. Als je twee mannetjeskonijnen (rammetjes) bij elkaar houdt, moeten ze ook beiden gecastreerd zijn om vechten te voorkomen. Mannetjes blijven nog enkele weken na hun castratie agressief naar andere rammen en zelfs vruchtbaar! Wacht dus minimaal drie weken na een castratie met het koppelen van een mannetjeen vrouwtje (voedster).

Do: houd rekening met kosten

Konijnen zijn, net als honden en katten, huisdieren die vaste kosten met zich meebrengen. Denk aan  voer, hooi, bodembedekking en de jaarlijkse gezondheidscontrole en vaccinatie door je dierenarts. Castratie en sterilisatie horen ook bij de vaste kosten. Daarnaast kunnen de kosten als een konijn ziek wordt behoorlijk hoog oplopen en ook hier moet je als konijnenbaasje rekening mee houden. Gelukkig is het tegenwoordig ook mogelijk om konijnen voor ziektekosten te verzekeren.

Vachtverzorging bij katten

De zachte en veelzijdige vacht van katten maakt van hen prachtige dieren. Maar hoe zorg je ervoor dat die vacht gezond blijft? Dierenarts en veterinair consulent Piet Hellemans geeft tips.

Een zorgeloze kortharige vacht

Katten hebben van nature een korte of een halflange vacht. De lange vacht, Rex-vacht (krulletjes) en haarloze katten zijn door de mens gecreëerd door te fokken met dieren die hier toevallig mee geboren werden. Kortharige katten hebben vrij weinig vachtverzorging nodig, ze ‘kammen’ hun vacht zelf met hun tong. Een kattentong heeft harde papillen waarmee ze hun vacht schoonhouden en losse haren eruit halen. 

Een handje helpen

Voor halflangharige en langharige katten is het helemaal zelf verzorgen van hun vacht soms lastig: achter de oren, in de oksels en in de liezen kunnen al snel klitten ontstaan. Klitten ontstaan doordat losse haren plakkaten vormen met haren die nog vastzitten. Als je hier niets aan doet, worden de klitten steeds groter. Controleer dus regelmatig de vacht van je kat op klitten en voorkom ze door je kat 1 á 2 keer per week te kammen. Hiermee verwijder je de losse haren, waardoor je klitten voorkomt en je kat minder haren binnenkrijgt met het wassen. Nog een positief gevolg hiervan is dat je kat minder haarballen vormt en dus minder braakt. Bij oudere katten met een korte vacht vormen zich soms ook klitten rond de staart en op andere plekken op het lichaam. Dat komt doordat oudere katten vaak artrose (een aandoening van het kraakbeen in de gewrichten) hebben en niet meer flexibel genoeg zijn om overal bij te kunnen en de losse haren weg te likken. 

Klitten weghalen

Als je kat eenmaal klitten heeft kan je deze soms nog uit elkaar plukken en eruit kammen. Doe dit wel voorzichtig, want er zitten ook veel haren in die nog vastzitten aan de huid en dit kan pijnlijk zijn. Grotere klitten kun je er beter met een kleine tondeuse voorzichtig afscheren. Pas erg op met klitten knippen met een schaar, de kattenhuid is heel dun en flexibel en voor je het weet knip je in de huid en moet je naar je dierenarts om dit te laten hechten.
Als een kat heel veel klitten heeft, dan is het sowieso verstandig om deze weg te laten scheren door een trimster of paraveterinair, en uitleg te vragen hoe je de klitvorming kan voorkomen in de toekomst. Bij langharige katten is het risico op klitvorming een stuk groter; zij moeten dagelijks gecontroleerd worden op klitvorming en 2 á 3 keer per week goed doorgekamd worden om de losse haren te verwijderen om zo klitvorming te voorkomen. Katten met een Rex-vacht adviseer ik ook om regelmatig (1 á 2 keer per week) te kammen. 

Haarloze katten 

Haarloze katten hebben soms wel een paar plukjes haar, maar hoeven niet gekamd te worden. Wel heeft de huid van haarloze katten extra aandacht nodig. De talgklieren van de huid scheiden talg uit, wat de huid erg vettig kan maken. Door 1 á 2 keer per week met een met lauw water natgemaakt washandje de huid af te nemen voorkom je dat het talg zich ophoopt. Daarnaast is het verstandig om de nagels van haarloze katten kort te houden, anders zullen zij, als ze krabben hun huid gemakkelijk beschadigen, ze missen immers de beschermende vacht.

Neem er de tijd voor 

Het kammen, de vacht- en huidverzorging is direct een fijn contactmoment met je kat(ten). Doe dit dan ook altijd op je gemak. Is het geduld van je kat op? Ga er dan op een later tijdstip mee verder. Beloon je kat met knuffels en/of wat lekkers als hij het goed toelaat. De volgende keer wordt het dan nog makkelijker en leuker voor jullie allebei!

Meer tips van Piet Hellemans ontvangen? Volg hem via Instagram @piethellemans.nl of bekijk zijn website: www.piethellemans.nl 

Vlooiencontrole

Let met het kammen van je kat op vlooien en vlooienpoep. Vlooien zijn kleine, beweeglijke zwarte parasieten. Vlooienpoepjes zijn nog kleinere zwarte stipjes, die als je ze nat maakt met water rood verkleuren. Vlooien drinken bloed en de bloedkleurstoffen poepen ze weer uit, vandaar de rode kleur. Als de zwarte stipjes aarde of andere vuiligheid is, dan zal dit niet rood verkleuren als het nat wordt. Het natmaken en rood worden is het beste te zien op een stukje wc papier of keukenrol. Er is meer vlooienpoep aanwezig op je kat dan vlooien, dus de vlooienpoep zal je eerder tegenkomen.Vlooienpoep betekent dat er ook vlooien zijn. 

Voorkom vlooien 

Als je een kat pas gaat behandelen tegen vlooien als er al vlooien zijn, dan kan het nog drie maanden duren voordat de laatste vlooien verdwenen zijn. De eitjes (die door het hele huis liggen) moeten namelijk nog uitkomen. Deze vlo moet dan nog een vlooienlarf worden, zich volvreten, laten verpoppen totdat er een volwassen vlo uitkomt; die moet vervolgens bloed drinken van een behandeld dier of in contact komen met de vacht om dood te gaan. Kortom: voorkomen is beter dan genezen! Een vlooienplaag kan je voorkomen door je dieren preventief te beschermen en regelmatig te controleren op vlooien en vlooienpoep.

Voorkom vlooien bij je kat(ten) door ze met een pipetje in de nek of een vlooienband te behandelen. Als je voor een vlooienband kiest, dan moet dit er eentje zijn die breekt als je kat ermee vast komt te zitten. Je dierenwinkel en je dierenarts kunnen je adviseren.

Afb. vlooienpoep

Afb. vlo

Vieze haren en vachtverzorging bij de kat

Altijd vervelend; heb je net je huis lekker schoongemaakt, komt je kat naar binnen lopen met vieze poten of aarde/ zand in de vacht!

Katten houden zichzelf in de regel goed schoon door met hun vacht met hun tong schoon te maken. Sterker nog; als een kat zichzelf niet schoonhoudt en niet aan vachtverzorging doet, is dat vaak een teken zijn dat de kat een probleem heeft, dit probleem kan variëren van algehele malaise tot artrose of orgaanproblemen. Het geeft een kat ook stress als zijn of haar vacht slecht verzorgd is of vies is. De wilde voorouder van de kat, en sommige katten nog steeds, zijn besluipende of vanuit-een-hinderlaag-jagende dieren, en als je prooidieren je van een afstand ruiken, kan je niet aan eten komen.

(Half)langharige katten hebben bijna altijd hulp nodig bij de vachtverzorging, 1-2x per week de dode haren eruit kammen om zo klitvorming te voorkomen. Met name op de plekken waar de huid en de vacht tegen elkaar aankomen zullen anders klitten ontstaan, dus de oksels en de liezen goed controleren op klitten. Als er toch een klit gevormd is, probeer deze dan te splijten in meerdere kleine klitjes en voorzichtig eruit te kammen. Met een tondeuse kan je de klitten er ook af scheren, maar pas daarbij wel op dat je de huid niet raakt! Een kattenhuid is erg dun en flexibel en zeker bij klitten die er al wat langer inzitten dan deze klit tot aan de huid vast zitten! Daarom is het ook niet te adviseren om hiervoor een schaar te gebruiken.

Voorkomen is uiteraard beter dan genezen, en naast regelmatig kammen, kan af en toe een wasbeurt met een geschikte shampoo voor katten, zoals bijvoorbeeld http://www.leef.nl/dieren/verzorging/kat/genergee-plus-shampoo-cat-355ml.html helpen om klitten te voorkomen en de huid en vacht schoon en gezond te houden.

Winterklaar maken van je hond

Het is weer winter, onze honden kunnen tegen een paar problemen aanlopen in de deze periode. Met name met vorst, en het strooien van zout tegen de gladheid, krijgen veel honden last van hun pootjes en wordt lopen pijnlijk voor ze. Door de scherpe ijsstukjes op de de grond ontstaan kleine beschadigingen in hun voetzooltjes en tussenteen-huid, het zout wat ze vervolgens daarin lopen maakt het lopen erg pijnlijk. 

Door de warmte van de pootjes kan er ook wat sneeuw of ijs smelten en vervolgens weer vastvriezen aan de haren tussen de tenen, dit kunnen hele klonten sneeuw of ijs worden en deze klonten trekken aan de haartjes, beschadigen daardoor de huid en elke stap wordt pijnlijk voor de hond.

Deze ellende is te voorkomen door de haren tussen de tenen kort te houden bij je hond, en de pootjes van uw hond in te smeren in deze periodes en door ze weer goed schoon te maken na de wandeling. 

Hiervoor zijn speciale crèmes ontwikkeld zoals Espree Paw Balm (http://www.leef.nl/dieren/verzorging/hond/espree-paw-balm-1-5-oz.html) met ondersteunende toevoegingen erin, maar ook gewone Vaseline (zonder toevoegingen) kan het uitlaten weer een feest maken voor hond en baas.

Als uw hond tijdens het wandelen/ bewegen rilt, dan is het verstandig om bij die temperaturen een jasje of kleedje voor uw hond te gebruiken. Zolang uw hond niet rilt tijdens het bewegen is dat niet nodig.

Een beetje extra ondersteuning voor onze dieren in koude tijden

Net als wij hebben onze huisdieren een beetje extra ondersteuning nodig in deze koude periode. Van tocht of met nat haar buiten lopen (of een natte vacht) wordt je trouwens niet ziek. Het zit zo dat door de koude-stress, de weerstand afneemt en dat er makkelijker een virus- of bacterie-infectie kan plaatsvinden.

Dit dipje in de weerstand is te voorkomen door koude-stress te vermijden en door te zorgen voor een optimale weerstand. Vitamines en mineralen zijn essentieel voor een optimale weerstand en een beetje ondersteuning met extra vitamines en mineralen is dan ook wel verstandig in deze koude tijd.

Vrouwelijke honden en poezen kunnen gemakkelijker een blaasontsteking krijgen dan mannelijke, dit komt doordat de urinewegen bij vrouwelijke dieren korter en wijder zijn.

Bij mannelijke katten, en zeker bij meerdere katten in één huishouden, zien we weer vaker blaasgruis en/ of een geïrriteerde blaas.

Als je hond of kat wel eens last heeft van een blaasontsteking of blaasirritatie, dan kan dit Cranberry extract een gezonde blaas ondersteunen. 

https://litopet.nl/

Voorkomen is beter dan genezen en het fijne van voedingssupplementen is dat ze geen bijwerkingen hebben, dit in tegenstelling tot de meeste medicijnen.