EHBO-tips van Piet

Dierenarts Piet Hellemans geeft tips

Intro= EHBO is een belangrijk onderdeel van het werk van een dierenhulpverlener. De methodes van eerste hulp verlenen worden regelmatig herzien en verbeterd met de nieuwste inzichten en elke EHBO-instructeur of dierenarts zal een andere benadering hebben. In deze reeks artikelen neemt dierenarts en veterinair consulent Piet Hellemans ons mee zijn praktijk in, waar hij laat zien hoe hij EHBO verleent en hoe je dieren op de juiste manier kunt helpen. 

Om te weten of en welke hulp een hond of kat hulp heeft, is het uiteraard eerst nodig om de toestand van het dier in te schatten. De belangrijkste en basale lichaamsfuncties zijn te controleren aan de ademhaling, pols, temperatuur en slijmvliezen. 

Ademhaling

De normale ademfrequentie bij honden is 10 tot 30 keer per minuut, voor katten is het 20 tot 40 keer per minuut. De ademfrequentie kan verhoogd zijn door een zuurstoftekort in de weefsels en/of door pijn of stress. Als er in het lichaam te weinig zuurstof aanwezig is, reageert het lichaam hierop door sneller te gaan ademen en de bloeddruk te verhogen. Het doet een poging om alsnog genoeg zuurstof bij de weefsels te krijgen. Oorzaken voor een lage zuurstofspanning in het lichaam zijn:

  • Een verminderde longfunctie: klaplong, obstructie van de luchtwegen, longtumoren, astma, ontsteking luchtwegen/ longen.
  • Een verminderde hartfunctie: een aangeboren of verkregen hartafwijking.
  • Een verminderd bloedvolume: intern of extern bloedverlies, uitdroging of een verandering van samenstelling van het bloed door een ziekte.

Er gaat ergens iets mis met de opname van zuurstof (luchtwegen) en/ of het transport ervan naar de weefsel (hart en bloed). Extra zuurstof aanbieden zal het dier ondersteunen. De lucht om ons heen bevat 21% zuurstof, als dit percentage iets verhoogd wordt, zal de zuurstofopname van het bloed meteen verhoogd worden (zie ook tabel). Een te trage ademhaling komt zelden voor bij dieren in nood maar kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een vergiftiging. Ook hierbij kan zuurstof geven nooit kwaad.

Afbeelding: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hemoglobine

Pols

Bij honden en katten is de pols het beste op te nemen aan de binnenkant van het dijbeen. Bij honden is de normale polsfrequentie in rust 60 tot 120 slagen per minuut, bij katten is dit 120 tot 180 slagen per minuut. Een te snelle pols komt meestal door een te lage zuurstofspanning in het lichaam, net als bij de ademhaling. Hiervoor geldt ook dat extra zuurstof aanbieden het dier zal ondersteunen en nooit kwaad kan. Een te trage pols komt onder meer voor bij vergiftigingen en onderkoeling.

Let bij het opnemen van de pols op je eigen veiligheid. Als een dier pijn heeft of erg bang is, dan zou ik ervan afzien om de pols op te nemen. Het is goed om jezelf te oefenen in het opnemen van een polsfrequentie door dit bij je eigen huisdieren regelmatig te doen.

Temperatuur

De lichaamstemperatuur bij honden is normaliter tussen de 38 en 39 Graden Celsius, bij katten is dit tussen de 38,5 en 39 Graden Celsius. De lichaamstemperatuur is rectaal op te nemen. Denk hierbij ook eerst aan je eigen veiligheid; het temperaturen van dieren die veel pijn hebben of angstig zijn is niet verstandig. Een te lage temperatuur kan komen door lange blootstelling aan lage temperaturen of door een circulatieprobleem. Rillen is een goede manier van het lichaam om de verbranding te verhogen en de temperatuur weer op peil te krijgen. Onderkoelde honden en katten kunnen ondersteund worden door ze af te drogen en ze goed te isoleren met een reddingsdeken of een fleecedeken.

Slijmvliezen

De kleur van de tong bij honden en katten, en bij honden ook de kleur van het tandvlees, geeft veel informatie over de bloed- en zuurstofvoorziening van de weefsels. Bij honden kun je ook de Capillary Refill Time (hervulling van de haarvaten) controleren. Dit doe je door met je vinger op het ongepigmenteerde deel van het tandvlees en/ of wangslijmvlies te drukken. Na lichte druk hierop zal dit bleker worden en normaliter met één seconde weer dezelfde kleur als het omliggende weefsel hebben. . Het slijmvlies kan bij honden en katten verschillende kleuren hebben, hieronder lees je wat er aan de hand kan zijn: 

  • Roze: normaal. Dit kan je goed bij je eigen dieren controleren om te kijken of het inderdaad de juiste kleur heeft en om voor jezelf een goed beeld te hebben hoe het eruit hoort te zien.
  • Bleek/ wit; dit kan duiden op een bloedtekort door intern of extern bloedverlies of een hartprobleem. Zuurstof geven kan ondersteuning geven, daarna moeten deze dieren met spoed nader onderzocht en behandeld worden door een dierenarts.
  • Blauw: dit zien we bij onderkoeling en bij een zuurstoftekort. Temperatuur controleren en zuurstof geven.
  • Rood: dit zien we bij oververhitting, uitdroging en bij een koolstofmonoxidevergiftiging. Hierbij dus ook de temperatuur controleren, zuurstof geven en een dierenarts opzoeken.
  • Geel: er zitten galkleurstoffen in het bloed en is er sprake van ernstig leverlijden.

Een mengbeeld van bovengenoemde kleuren kan ook ontstaan. Ook dan zijn er meestal problemen.

Roze slijmvliezen (en een Capillary Refill Time van 1 seconde of minder bij honden) is altijd een goed teken bij een hond of kat in nood. Het geeft ons informatie over zowel de ademhaling als de circulatie: de weefsels krijgen bloed en zuurstof.

Veiligheid voorop!

Denk bij het controleren van een hond of kat eerst altijd aan je eigen veiligheid. Bange en gewonde dieren met veel pijn kunnen agressief reageren. 

Plaats een reactie